ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ7894
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- L.C. Bachrach
- B. de Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs woningbezit in Marokko
Eiseres en haar overleden echtgenoot ontvingen aanvullende bijstand op grond van de WWB en AIO. Na een anonieme melding startte een onderzoek naar vermeend bezit van onroerend goed in Marokko. Een rapport van de Nederlandse ambassade vermeldde dat eiseres sinds zes jaar een woning in Marokko zou bezitten, maar de verklaring van de plaatselijke autoriteiten was onduidelijk en niet ondertekend.
Eiseres stelde dat het huis niet van haar maar van haar broer was en verweerder had onvoldoende bewijs geleverd om het bezit aan haar toe te schrijven. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij verweerder lag en dat het rapport onvoldoende onderbouwing bood. Er ontbraken details over de identiteit van de plaatselijke autoriteiten en een ondertekend verslag van het gesprek met de ambassade.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en onzorgvuldigheid, en gaf verweerder de opdracht binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De zaak werd niet inhoudelijk afgedaan omdat nader onderzoek naar het woningbezit noodzakelijk is.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van woningbezit in Marokko.