ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8225

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 maart 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
13/846001-07
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van Justitie niet-ontvankelijk na buitengerechtelijke afdoening in ambtenarencorruptiezaak

De rechtbank Amsterdam behandelde een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrifte en het vragen van beloftes en diensten als ambtenaar bij Bouw- en Woningtoezicht van het Stadsdeel Oud-Zuid. Het betrof onder meer het valselijk opmaken van een dossier volgformulier splitsingsaanvraag en het vragen van diensten aan vertegenwoordigers van een vastgoedbedrijf, met het oog op het verkrijgen van voorkeursbehandeling bij vergunningverlening.

De tenlasteleggingen betroffen gedragingen in de periode van september 2006 tot april 2007, waarbij verdachte onder meer zou hebben aangegeven dat documenten klopten terwijl dit niet het geval was en zou hebben gehandeld in strijd met zijn ambtelijke plichten.

Tijdens de procedure werd door zowel de officier van justitie als de verdediging erkend dat er een buitengerechtelijke afdoening (transactie) was overeengekomen tussen verdachte en het Openbaar Ministerie. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.

Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 18 maart 2013, waarbij mr. W.F. Korthals Altes voorzitter was, met de rechters A.E.J.M. Gielen en V. Zuiderbaan.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens een overeengekomen buitengerechtelijke afdoening met verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer: 13/846001-07
Datum uitspraak: 18 maart 2013
Tegenspraak, advocaat gemachtigd
VERKORT VONNIS
van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren in [plaats] op [1963],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres].
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 24 oktober 2011 en 18 maart 2013.
1. Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
1.
hij op of omstreeks 29 november 2006 te Amsterdam, althans in Nederland, een (zogenaamd) dossier volgformulier splitsingsaanvraag (dossierpagina 5.16.050) voor het pand [pand] te Amsterdam, zijnde een geschrift bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, immers heeft hij, opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op genoemd formulier
- (onder 14) aangegeven dat het aantal rechten klopte en/of
- (onder 15) aangegeven dat de tekening klopte met de praktijk en/of
- (onder 16) aangegeven dat er geen sprake was van een illegale situatie en/of
- (onder Advies REO, 18) aangegeven dat de eindinspectie akkoord was en/of voldeed en/of
- zijn handtekening en/of naam heeft geplaatst om aan te geven dat de eindinspectie akkoord was en/of voldeed, zulks met het oogmerk om dit geschrift als echt en onvervalst te gebruiken en/of door anderen te doen gebruiken;
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 september 2006 tot en met 11 april 2007 te Amsterdam, althans Nederland, als ambtenaar, te weten als [functie] bij Bouw-en Woningtoezicht in dienst van het Stadsdeel Oud-Zuid van de gemeente Amsterdam (telkens) een (aantal) belofte(n) en/of dienst(en) heeft gevraagd aan (een vertegenwoordiger van) [A] en/of aan (een
vertegenwoordiger van) [A] Vastgoed B.V.
- teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten en/of
- ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten
immers heeft hij, verdachte, (telkens) (een medewerker van) [A] benaderd en/of gevraagd of er woonruimte in het pand [pand] en/of in een ander pand waar voornoemde perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en) betrokken waren/was en/of zeggenschap
over hadden/had, beschikbaar was voor één of meer perso(o)n(en) in zijn, verdachte's familiekring en/of kennissenkring of kring van collega's en bestaande dat doen of nalaten in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening (telkens)
- uit een doen laten ontstaan en/of te blijven onderhouden van een relatie met (een vertegenwoordiger van) [A] en/of aan (een vertegenwoordiger van) [A] Vastgoed B.V. waarin hij verdachte in zijn functie als ambtenaar niet meer zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen waarbij bovengenoemde perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)nen als belanghebbende(n) waren/was betrokken als in het geval dat hij, verdachte, die belofte(n) en/of dienst(en)
niet had gevraagd en/of
- uit het bevorderen en/of toekennen en/of vergeven van een voorkeurspositie en/of voorkeursbehandeling en/of het bevorderen en/of zorgdragen en/of het bemiddelen dat door de afdeling vergunningen van het Stadsdeel Oud-Zuid van de gemeente Amsterdam (sneller) een splitsingsvergunning zou worden afgegeven in het geval dat een dergelijke vergunning door/namens voornoemde rechtsperso(o)n(en) zou worden aangevraagd;
subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 september 2006 tot en met 11 april 2007 te Amsterdam, althans Nederland, als ambtenaar, te weten als bouwinspecteur/buitendienstinspecteur bij Bouw-en Woningtoezicht in dienst van het Stadsdeel Oud-Zuid van de gemeente Amsterdam (telkens) een (aantal) belofte(n) en/of dienst(en) heeft gevraagd aan (een vertegenwoordiger van) [A] en/of aan (een vertegenwoordiger van) [A] Vastgoed B.V.
- teneinde hem te bewegen om, anders dan in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten en/of
- ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, anders dan in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten immers heeft hij, verdachte, (telkens) (een medewerker van) [A] benaderd en/of gevraagd of er woonruimte in het pand [pand] en/of in een ander pand waar voornoemde perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en) betrokken waren/was en/of zeggenschap over hadden/had, beschikbaar was voor één of meer perso(o)n(en) in zijn, verdachte's familiekring en/of kennissenkring of kring van collega's en bestaande dat doen of nalaten anders in strijd met zijn plicht, in zijn huidige en/of vroegere bediening (telkens)
- uit een doen laten ontstaan en/of te blijven onderhouden van een relatie met (een vertegenwoordiger van) [A] en/of aan (een vertegenwoordiger van) [A] Vastgoed B.V. waarin hij verdachte in zijn functie als ambtenaar niet meer zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen waarbij bovengenoemde perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)nen als belanghebbende(n) waren/was betrokken als in het geval dat hij, verdachte, die belofte(n) en/of dienst(en) niet had gevraagd en/of
- uit het bevorderen en/of toekennen en/of vergeven van een voorkeurspositie en/of voorkeursbehandeling en/of het bevorderen en/of zorgdragen en/of het bemiddelen dat door de afdeling vergunningen van het Stadsdeel Oud-Zuid van de gemeente Amsterdam (sneller) een splitsingsvergunning zou worden afgegeven in het geval dat een dergelijke vergunning door/namens voornoemde rechtsperso(o)n(en) zou worden aangevraagd.
2. Voorvragen
De geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid van de rechtbank
De dagvaarding is geldig en deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste ge-legde feiten.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard, nu alsnog een buitengerechtelijke afdoening (een transactie) tussen verdachte en het Openbaar Ministerie is overeengekomen.
3. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter,
mrs. A.E.J.M. Gielen en V. Zuiderbaan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N. Tanoglu, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 maart 2013.