ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8613
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Eggink
- L.C. Bachrach
- B. de Vos
- Rechtspraak.nl
Toekenning toevoeging rechtsbijstand in hoger beroep Wob-procedure wegens vertrouwensbeginsel
Eiser heeft een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand aangevraagd voor hoger beroep tegen een weigering van een Wob-verzoek inzake dierproeven. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser geen rechtstreeks en individueel belang zou hebben, maar slechts een afgeleid algemeen belang bij openbaarheid.
De rechtbank overweegt dat het belang bij openbaarheid van informatie volgens de Wob een algemeen belang is en geen rechtstreeks individueel belang zoals vereist voor een toevoeging op grond van de Wrb. Dit rechtvaardigt de afwijzing van de aanvraag op zichzelf.
Echter, eiser stelde dat in zeven vergelijkbare Wob-zaken wel toevoegingen waren verleend en dat hij erop mocht vertrouwen dat ook voor dit hoger beroep een toevoeging zou worden verstrekt. Verweerder erkende de gelijke gevallen maar gaf geen gemotiveerde reactie op het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in deze zaak anders zou worden beslist dan in eerdere gelijke gevallen. Gelet op de ongewijzigde omstandigheden van eiser en de langdurige periode waarin vergelijkbare toevoegingen zijn verleend, mocht eiser erop vertrouwen dat ook nu een toevoeging zou worden toegekend.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit en vergoeding van kosten aan eiser.