ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ9293
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak doodslag en veroordeling poging doodslag na schietincident in Paramaribo
Op 5 april 2004 schoot verdachte met een vuurwapen op het slachtoffer in Paramaribo. De rechtbank oordeelt dat het primair ten laste gelegde feit van doodslag niet wettig en overtuigend bewezen is, omdat geen causaal verband tussen het schot en het overlijden kan worden vastgesteld.
Wel is bewezen dat verdachte met opzet heeft geschoten met een vuurwapen op het slachtoffer, hetgeen een poging tot doodslag oplevert. De verklaringen van getuigen en het onderzoek ondersteunen deze conclusie, ondanks eerdere twijfel over de betrouwbaarheid van verklaringen.
De rechtbank veroordeelt verdachte tot zes jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, waarbij meegewogen is dat het een poging betreft en dat het vuurwapen op een publieke plaats is gebruikt. De vordering van de benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van causaal verband.
De straf is gebaseerd op de artikelen 45 en 287 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte is strafbaar en de opgelegde straf is passend geacht gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van doodslag en veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor poging tot doodslag.