ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ9870
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P.H.I. Cleerdin
- B.M. Vroom - Cramer
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Maatregel plaatsing jeugdige na poging tot doodslag en bedreiging
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van poging tot doodslag en bedreiging jegens het slachtoffer [E]. Op 23 april 2012 bedreigde verdachte het slachtoffer telefonisch met de dood. Op 3 mei 2012 drongen verdachte en een medeverdachte de woning van het slachtoffer binnen, waarbij verdachte het slachtoffer vasthield en de medeverdachte hem meerdere malen in de pols en schouder stak.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, getuigenverklaringen, aangiftes, medische rapporten en proces-verbaal van bevindingen. De rechtbank oordeelde dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, mede door haar actieve rol en nauwe samenwerking met de medeverdachte.
Deskundigenrapporten toonden aan dat verdachte ernstige psychische problematiek heeft en een intensieve, gesloten behandeling nodig heeft. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel op, omdat deze maatregel de continuïteit van behandeling en veiligheid het beste waarborgt. Daarnaast werd een immateriële schadevergoeding van €500 toegewezen aan het slachtoffer, met een betalingsverplichting aan de Staat en een vervangende jeugddetentie bij niet-betaling.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten waarvoor onvoldoende bewijs was. De civielrechtelijke behandeling werd als onvoldoende beschouwd vanwege het risico dat verdachte zich aan behandeling zou onttrekken en de beperkte duur van civiele machtigingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor medeplegen poging tot doodslag en bedreiging en opgelegd een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel met een schadevergoeding aan het slachtoffer.