ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0037
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens voldane proceskosten en ongeldige betekening
In deze kort gedingprocedure vordert Polish Oil & Gas Company (POGC) de opheffing van het conservatoire beslag dat Opal Finance Corporation Ltd. op haar aandelen heeft gelegd. Het beslag is gelegd ter zekerheid van een proceskostenveroordeling uit een vonnis van 22 juli 1998. POGC stelt dat het vonnis niet rechtsgeldig is betekend vanwege het ontbreken van een Poolse vertaling, waardoor ook het beslag ondeugdelijk is. Tevens stelt zij dat de proceskosten inmiddels zijn voldaan, zodat het beslag vervallen is.
Opal betwist dit en stelt dat het vonnis onherroepelijk is en dat het beslag terecht is gelegd. Zij voert aan dat de betekening alsnog is hersteld met een vertaling en dat het beslag inmiddels executoriaal is geworden. De voorzieningenrechter overweegt dat de betekening aan de advocaat die destijds POGC vertegenwoordigde niet rechtsgeldig was en dat de rechtstreekse betekening zonder vertaling door POGC is geweigerd. De hernieuwde betekening met vertaling heeft echter tijdig plaatsgevonden, zodat het verzuim is hersteld.
Desalniettemin oordeelt de voorzieningenrechter dat POGC de proceskosten en rente inmiddels heeft voldaan en dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd summierlijk ondeugdelijk is geworden. Daarom wordt het conservatoire beslag opgeheven. De vordering van Opal tot betaling van rente en voorschot op schade wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en onzekerheid over de omvang van de schade. Opal wordt veroordeeld in de proceskosten van beide procedures.
Uitkomst: Het conservatoire beslag op de aandelen van POGC wordt opgeheven omdat de vordering waarvoor het beslag is gelegd is voldaan en de betekening aanvankelijk ondeugdelijk was.