ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0429
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.C. van den Berg
- P. Sloot
- P. Rodenburg
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ouders wegens onvoldoende bewijs poging tot doodslag en mishandeling dochter
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van ouders die werden verdacht van poging tot doodslag en mishandeling van hun twee maanden oude dochter, die ernstig hersenletsel en botbreuken opliep door heftig schudden. Medische rapporten bevestigden het letsel, maar het exacte tijdstip en de dader konden niet met zekerheid worden vastgesteld.
De ouders waren in de periode alleen met het kind, maar de deskundigen verschilden van mening over de timing van het letsel. De officier van justitie stelde dat het letsel op 5 januari 2009 na 11.00 uur was toegebracht toen alleen de moeder met het kind was, wat zij als voldoende bewijs zag voor schuld. De verdediging betoogde dat het letsel ook eerder kan zijn ontstaan en dat het bewijs onvoldoende was om de moeder te belasten.
De rechtbank concludeerde dat hoewel het letsel door heftig schudden was veroorzaakt, niet overtuigend kon worden vastgesteld wie van de ouders hiervoor verantwoordelijk was. Daarom sprak de rechtbank de moeder vrij van alle ten laste gelegde feiten. De zaak illustreert de complexiteit van het bewijzen van daderschap bij kindermishandeling in situaties met beperkte directe aanwijzingen.
Uitkomst: De moeder is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs wie het letsel aan het kind heeft toegebracht.