ECLI:NL:RBAMS:2013:CA1382
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot zekerheidstelling wegens woonplaats en verdragsrecht
In deze civiele procedure staat een incident tot zekerheidstelling centraal. Eisende partij [C] vordert dat [A] c.s. zekerheid stelt voor proceskosten. De kern van het geschil betreft de woonplaats van eiser sub 1 ([A]) en eiser sub 2 ([B]).
[C] stelt dat [A] enkel in New York (Verenigde Staten) woont en [B] in Stockton on Tees (Verenigd Koninkrijk), waardoor zij verplicht zijn zekerheid te stellen. [A] c.s. betwist dit en voert aan dat [A] ook woonachtig is in Bedfordshire (Verenigd Koninkrijk) en [B] in Belfast (Verenigd Koninkrijk), waardoor zij onder het Haags Rechtsvorderingsverdrag vallen en geen zekerheid hoeven te stellen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 17 van Pro het Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering aan onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die daar woonachtig zijn geen zekerheidstelling kan worden opgelegd. Aangezien [B] in het Verenigd Koninkrijk woont, geldt dit voor hem. Voor [A] geldt dat indien hij ook in het Verenigd Koninkrijk woont, hetzelfde geldt. Indien hij enkel in de Verenigde Staten woont, is hij op grond van het Verdrag van Vriendschap, Handel en Scheepvaart tussen Nederland en de Verenigde Staten vrijgesteld van zekerheidstelling. De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt [C] in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De vordering tot zekerheidstelling wordt afgewezen en de verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.