ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2750
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging faillissement wegens ontbreken vorderingsrecht geopposeerden
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 maart 2013 uitspraak gedaan over het verzet tegen het vonnis van 12 februari 2013 waarbij opposant in staat van faillissement was verklaard op verzoek van geopposeerden. Geopposeerden vorderden pensioenpremies en scholingsbijdragen van opposant, maar de rechtbank oordeelde dat zij geen materieel vorderingsrecht hadden en verklaarde hen niet-ontvankelijk.
Opposant voerde aan dat hij geen personeel in dienst had en dat hij nooit een oproep of dagvaarding had ontvangen. Uit het dossier bleek dat de kantonrechter bij verstek een veroordeling had uitgesproken, maar deze was gebaseerd op een kennelijk onjuiste feitelijke grondslag omdat opposant geen personeel had. De rechtbank stelde vast dat opposant wel contact had gehad met geopposeerden en een formulier had ingevuld, maar dat dit formulier onjuist was ingevuld door een ander inschrijvingsnummer te gebruiken.
De rechtbank oordeelde dat opposant niet kan worden verweten dat hij het juiste nummer niet invulde, omdat hij duidelijk had gemaakt dat de onderneming waar de facturen betrekking op hadden geen personeel had. Geopposeerden werden veroordeeld in de kosten van het geding, waaronder advocaatkosten, griffierecht en curatorkosten, die ten laste van hen kwamen. Het faillissement werd vernietigd en het verzoek tot faillietverklaring werd afgewezen.
Uitkomst: Faillissement opposant wordt vernietigd en geopposeerden worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot faillietverklaring.