ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3040
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst na beschuldiging corruptie bij ABN AMRO
ABN AMRO verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomsten van twee werknemers wegens vermeende corruptie, gebaseerd op een klacht van OMTI en een intern onderzoek door SIM. De werknemers werden beschuldigd van het vragen van een 'personal fee' en het nemen van maatregelen tegen OMTI na weigering hiervan.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs, waaronder een geluidsopname en verklaringen van OMTI, onvoldoende betrouwbaar was. Het onderzoek door SIM was niet onafhankelijk en had vooral bevestiging van de klacht gezocht. ABN AMRO had onvoldoende eigen afweging gemaakt en kritiekloos het SIM-rapport overgenomen.
De dringende reden voor ontslag op staande voet werd niet aangetoond, noch was sprake van een onherstelbare vertrouwensbreuk die ontbinding rechtvaardigde. Het tegenverzoek van de werknemers tot ontbinding wegens verstoorde arbeidsverhouding werd toegewezen met een vergoeding gebaseerd op de kantonrechtersformule.
De arbeidsovereenkomsten werden ontbonden per respectievelijk 1 oktober 2013 en 1 september 2013, met bruto vergoedingen van €770.000 en €294.000. ABN AMRO werd veroordeeld in de proceskosten, maar niet tot betaling van de volledige gevorderde proceskosten.
Uitkomst: Verzoek ABN AMRO tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen; tegenverzoek werknemers toegewezen met vergoeding.