ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3044
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- A.J.T. Karskens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering na betwisting ontslag wegens vermeende corruptie bij ABN AMRO
Twee werknemers van ABN AMRO werden op 26 maart 2013 op staande voet ontslagen wegens het vermeend vragen van een persoonlijke vergoeding ('personal fee') aan een klant, OMTI, en het opleggen van verzwaarde voorwaarden aan deze klant. De werknemers betwistten de beschuldigingen en stelden dat zij nooit om een dergelijke vergoeding hadden gevraagd.
ABN AMRO baseerde het ontslag op verklaringen van OMTI-directeuren en een geluidsopname van een gesprek op 15 november 2012. De rechtbank oordeelde echter dat deze bewijzen onvoldoende overtuigend waren om het ontslag op staande voet in een bodemprocedure te rechtvaardigen. De geloofwaardigheid van de verklaringen werd ondermijnd door inconsistenties en het ontbreken van transparantie over de opname.
De rechtbank stelde vast dat de maatregelen die de werknemers namen jegens OMTI in het kader van het toezicht op de naleving van internationale sancties plausibel waren en niet uitsluitend gericht op het afdwingen van een persoonlijke vergoeding. Daarom werd de loonvordering toegewezen, waarbij ABN AMRO werd veroordeeld tot doorbetaling van salaris vanaf 26 maart 2013.
De vordering tot rectificatie werd afgewezen omdat deze te vaag was en mogelijk in strijd met de vrijheid van meningsuiting. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
De uitspraak betreft een voorlopig oordeel in kort geding, waarbij de kans van slagen in een bodemprocedure centraal stond.
Uitkomst: De loonvordering van eisers wordt toegewezen en het ontslag op staande voet wordt voorlopig niet geacht rechtsgeldig te zijn.