ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3236
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.B. Martens
- E. Diepraam
- P. Rodenburg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep officier van justitie op verstrekking forensische GGZ-rapportages verdachte
De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris die de vordering tot verstrekking van rapportages van de forensische GGZ-kliniek waar verdachte was geplaatst, had afgewezen. Deze rapportages waren bedoeld om de eis tot terbeschikkingstelling te onderbouwen in een strafzaak waarin verdachte had geweigerd mee te werken aan persoonlijkheidsonderzoeken.
De rechtbank overwoog dat artikel 126nf Sv betrekking heeft op de opsporingsfase van het strafproces en dat het belang van het opsporingsonderzoek niet meebrengt dat ook gegevens over de persoon van verdachte, zoals de forensische rapportages, verstrekt moeten worden als deze niet bijdragen aan de opsporing van de feiten. De rechter-commissaris had terecht geoordeeld dat het opvragen van deze rapportages niet dringend noodzakelijk was voor het onderzoek.
De rechtbank bevestigde dat het belang van het onderzoek in de zin van artikel 126nf Sv niet dringend vordert dat de rapportages worden verstrekt. Daarom wees zij het hoger beroep van de officier van justitie af. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank wijst het hoger beroep van de officier van justitie af en bevestigt de afwijzing van de vordering tot verstrekking van de rapportages.