ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3413
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst vernietigd wegens dwaling bij erfpachtcanon Gemeente Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen [A], erfpachter van een appartement in Amsterdam, en de Gemeente Amsterdam over de vaststelling van de erfpachtcanon voor een nieuw tijdvak. [A] betwistte dat er een geldige overeenkomst tot stand was gekomen en stelde dat zij op grond van dwaling de overeenkomst mocht vernietigen, mede vanwege onduidelijkheid over de toepassing van een 40% korting en een ingroeiregeling.
De rechtbank oordeelde dat de aanbiedingsbrief van de gemeente een voldoende bepaalbaar aanbod bevatte dat tijdig door [A] was aanvaard. De vermeende misverstanden over de kortingen werden niet als dwaling erkend, omdat de tekst van de aanbiedingsbrief duidelijk verwees naar de ingroeiregeling en niet naar een extra 40% korting. Ook de stelling dat de gemeente een mededelingsplicht had geschonden werd verworpen.
Verder werd geoordeeld dat artikel 11 lid 4 van Pro de Algemene Bepalingen voor voortdurende erfpacht 2000 niet onredelijk bezwarend is, mede omdat [A] tijdig het aanbod had aanvaard. De rechtbank wees daarom alle vorderingen van [A] af en veroordeelde haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [A] af en veroordeelt haar in de proceskosten.