ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3484
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige perspublicatie over taxichauffeur en onjuist citaat
De heer [A], taxichauffeur, vordert een verklaring voor recht dat hij onjuist is geciteerd in een artikel van Het Parool over een ongeval waarbij een vrouw werd aangereden door een taxi die doorreed. Het artikel bevatte scherpe uitspraken die aan [A] werden toegeschreven, welke hij betwist te hebben gedaan.
De procedure omvatte een comparitie en diverse verklaringen van betrokkenen, waaronder de journalist [B] die het interview afnam, getuigen en anonieme reacties. [A] stelt dat hij niet de woorden heeft uitgesproken die in het artikel zijn vermeld en dat dit onrechtmatig is jegens hem. Het Parool betwist dit en legt notities en verklaringen over ter onderbouwing.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast voor het aantonen van onjuist citeren bij [A] ligt, maar gezien de moeilijke bewijspositie geldt een verzwaarde stelplicht voor Het Parool. De rechtbank acht het aannemelijk dat Het Parool aan deze verzwaarde stelplicht heeft voldaan op basis van de notities en verklaringen.
[ A] is toegelaten tot nader bewijs, waaronder het horen van getuigen, om zijn stelling te onderbouwen dat hij de geciteerde woorden niet heeft uitgesproken. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van dit bewijs.
Uitkomst: De rechtbank staat nader bewijs toe en houdt verdere beslissing aan.