ECLI:NL:RBAMS:2013:CA3830
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel ondanks verjaring
De rechtbank Amsterdam behandelde op 26 april 2013 een vordering tot overlevering van een persoon aan Slovenië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 8 maart 2013. Het EAB betreft een strafrechtelijk onderzoek naar illegale handel in verdovende middelen, een feit dat ook onder Nederlands recht strafbaar is. De verdachte heeft zowel de Sloveense als de Nederlandse nationaliteit.
De verdediging voerde aan dat de strafvordering in Nederland verjaard is, aangezien het feit dateert uit maart 1999 en de verjaringstermijn twaalf jaar bedraagt. De rechtbank oordeelde echter dat de verjaring is gestuit door vervolgingshandelingen in Slovenië tussen 2001 en 2004, waardoor de verjaringstermijn opnieuw is begonnen en het EAB niet verjaard is.
Daarnaast werd betoogd dat overlevering een schending zou vormen van artikel 6 EVRM Pro (redelijke termijn) en artikel 8 EVRM Pro (recht op familie- en gezinsleven). De rechtbank verwierp deze bezwaren, stellende dat het vertrouwen in de Sloveense rechtsstaat en het tijdelijke karakter van de inmenging in het familie- en gezinsleven de overlevering rechtvaardigen.
De rechtbank concludeerde dat aan alle wettelijke voorwaarden voor overlevering is voldaan en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. De overlevering wordt daarom toegestaan zonder dat tegen deze uitspraak een gewoon rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Slovenië toe ondanks het verjaringsverweer en bezwaren op grond van het EVRM.