Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. M. Modder en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.J.R. Roethof naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
Op 18 maart 2014 heeft de rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen jegens een patiënt in een ziekenhuis. De ten laste gelegde feiten betroffen het masseren van de nek en het sleutelbeen en het geven van een zoen op het voorhoofd van de patiënt in een kleine omkleedruimte, waarbij verdachte de patiënt zou hebben verhinderd de ruimte te verlaten.
De rechtbank nam kennis van de verklaringen van de aangeefster, haar getuigen en de bekentenis van verdachte aan een getuige direct na het incident. Hoewel de handelingen wettig en overtuigend bewezen werden geacht, stelde de rechtbank vast dat deze handelingen niet van voldoende gewicht waren om als ontuchtig te worden aangemerkt. De context van het ziekenhuis, de kwetsbare positie van de patiënt en de aard van de handelingen waren doorslaggevend.
De rechtbank oordeelde dat de handelingen weliswaar in strijd waren met sociaal-ethische normen, maar niet voldeden aan het bestanddeel ontucht zoals bedoeld in artikel 246 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Daarom werd verdachte vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat de handelingen niet als ontuchtig konden worden aangemerkt.