Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2014 in de zaak tussen
[naam], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Juridisch kader
Inhoudelijke beoordeling
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser verhuurde zijn voertuig aan een huurder die het parkeerde op een parkeerplaats uitsluitend bestemd voor het opladen van elektrische voertuigen. Verweerder heeft het voertuig op 25 februari 2013 weggesleept en de kosten van bestuursdwang (€341,20) verhaald op eiser, die het voertuig heeft opgehaald en de kosten heeft voldaan.
Eiser betwistte niet de overtreding, maar stelde dat hij niet de bestuurder was en dat de kosten daarom niet op hem verhaald mochten worden. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 170, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 de rechthebbende die het voertuig afhaalt in de plaats treedt van de overtreder, zodat eiser als rechthebbende aansprakelijk is voor de kosten.
De rechtbank stelt vast dat het voertuig terecht is weggesleept omdat het geparkeerd stond op een plek bestemd voor elektrische voertuigen en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat de bestuursdwang onterecht was toegepast. Ook is geen bijzondere omstandigheid gebleken die zou rechtvaardigen dat de kosten niet op eiser verhaald worden.
De rechtbank wijst erop dat de privaatrechtelijke relatie tussen eiser en huurder bepaalt wie uiteindelijk de kosten draagt. De algemene voorwaarden maken het mogelijk dat eiser de kosten op de huurder verhaalt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de kosten worden niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het kostenverhaal bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.