Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn in 2010 zowel burgerlijk als Islamitisch gehuwd en hebben in 2013 hun burgerlijk huwelijk ontbonden. De vrouw vordert dat de man meewerkt aan de ontbinding van het Islamitisch huwelijk door middel van een eenzijdige verstoting (talaq).
De man weigert dit en stelt dat de ontbinding via de khul-procedure moet plaatsvinden, waarbij de vrouw afstand doet van financiële aanspraken. De rechtbank stelt vast dat het Islamitisch huwelijk naast de burgerlijke echtscheiding ontbonden moet worden, maar dat het verschil tussen talaq en khul voor de vermogensrechtelijke positie van partijen geen rol speelt.
Omdat de man bereid is mee te werken aan de khul en de vrouw geen financieel belang verliest, kan niet van de man worden verlangd dat hij instemt met een verstoting die niet de werkelijke gang van zaken weerspiegelt. De vordering wordt daarom afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van het Islamitisch huwelijk door verstoting wordt afgewezen.