ECLI:NL:RBAMS:2014:169

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 januari 2014
Publicatiedatum
21 januari 2014
Zaaknummer
C/13/556052 / KG ZA 13-1527
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 RvArt. 71 lid 2 RvArt. 71 lid 4 RvArt. 8 lid 4 WgbzArt. 4 lid 1 onder b Wgbz
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing kort geding naar kantonrechter wegens hoogte griffierecht

Eiser vordert betaling van werkzaamheden als advocaat ter hoogte van € 2.983,66 plus rente en incassokosten. De zaak is aanhangig in kort geding bij de voorzieningenrechter civiel.

Per 1 januari 2014 gelden nieuwe, hogere griffierechten voor niet-natuurlijke personen, waaronder gedaagde valt. Dit griffierecht zou voor gedaagde een belemmering vormen om zich te verdedigen tegen de relatief lage vordering.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de zaak beter door de kantonrechter kan worden behandeld, omdat daar geen griffierecht wordt geheven voor gedaagde. Dit is in lijn met het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro.

De voorzieningenrechter verwijst de zaak ambtshalve naar de kantonrechter en bepaalt dat het te veel betaalde griffierecht door eiser zal worden terugbetaald na vaststelling bij de kantonrechter. Partijen worden opgeroepen hun beschikbaarheid door te geven voor het bepalen van een zittingsdatum.

Uitkomst: De voorzieningenrechter verwijst de zaak naar de kantonrechter vanwege de hoogte van het griffierecht en het recht op een eerlijk proces.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rolnummer: C/13/556052 / KG ZA 13-1527 HJ/LO
Vonnis in kort geding van 17 januari 2014
in de zaak van
[eiser],
wonende te Amstelveen,
eiser bij dagvaarding van 24 december 2013,
advocaat mr. J.M. Tason Avila te Amstelveen,
tegen
de stichting
STICHTING NAAR BUITEN,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde

1.De procedure

Ter terechtzitting van 10 januari 2014 heeft eiser gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Eiser is in persoon verschenen en tevens in zijn hoedanigheid als advocaat. Gedaagde is verschenen, vertegenwoordigd door het bestuurslid mevrouw [persoon].
De voorzieningenrechter heeft medegedeeld dat de zaak zal worden verwezen naar de kantonrechter bij vonnis van heden en is daarom niet overgegaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.

2.De beoordeling

2.1.
Eiser heeft – onder meer – gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van in rekening gebrachte werkzaamheden als advocaat tot een bedrag van € 2.983,66 aan hoofdsom, € 117,88 aan wettelijke rente en € 513,90 aan buitengerechtelijke incassokosten.
2.2.
Per 1 januari 2014 gelden op grond van de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) nieuwe tarieven voor het griffierecht. Voor niet-natuurlijke personen geldt bij geldvorderingen tot en met € 100.000,- een griffierecht van € 1.892,-.
2.3.
In de onderhavige zaak zijn krachtens artikel 254 lid 4 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de voorzieningenrechter (civiel) en de voorzieningenrechter van de kamer voor kantonzaken naast elkaar bevoegd. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat in dit geval gedaagde in haar verdediging wordt geschaad indien zij om verweer te kunnen voeren tegen een vordering van (in hoofdsom) € 2.983,66 een griffierecht van € 1.892,- dient te betalen. De goede procesorde en het in artikel 6 EVRM Pro neergelegde recht op een eerlijk proces brengen in dit geval mee dat de zaak door de kantonrechter dient te worden behandeld, omdat aan de gedaagde bij de kantonrechter krachtens artikel 4 lid 1 onder Pro b Wgbz geen griffierecht wordt berekend. De voorzieningenrechter zal de zaak dan ook met overeenkomstige toepassing van artikel 71 lid 2 Rv Pro ambtshalve verwijzen naar de kantonrechter, een en ander met toepassing van artikel 8 lid 4 Wgbz Pro.
2.4.
Omdat bij de kantonrechter geen griffierecht aan gedaagde zal worden berekend, wordt er van afgezien dit thans in rekening te brengen. Aan eiser wordt thans wel het normale griffierecht in rekening gebracht. Artikel 71 lid 4 jo Pro artikel 8 Wgbz Pro voorziet in verrekening van het te veel betaalde na vaststelling van het griffierecht bij de kantonrechter.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank,
3.2.
bepaalt dat partijen kunnen verschijnen in persoon,
3.3.
bepaalt dat na vaststelling van het griffierecht bij de kantonrechter het te veel betaalde griffierecht zal worden terugbetaald aan eiser,
3.4.
bepaalt dat partijen binnen 2 weken na heden hun verhinderdata voor de komende 3 maanden dienen op te geven aan de kamer kort geding kanton, zodat een zittingsdatum kan worden bepaald,
3.5.
bepaalt dat daarbij dient te worden vermeld het in dit vonnis vermelde zaaknummer / rolnummer, de vonnisdatum en de aanduiding: “door voorzieningenrechter civiel naar voorzieningenrechter kanton verwezen zaak”.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014. [1]

Voetnoten

1.type: LO