Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[verweerder 2],
[verweerder 3],
[verweerder 4],
[verweerder 5],
[verweerder 6],
[verweerder 7],
[verweerder 8],
[verweerder 9],
[verweerder 10],
[verweerder 11],
[verweerder 12],
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele procedure heeft verzoekster een deskundigenbericht aangevraagd om het handelen van een behandelaar van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis te laten beoordelen. De rechtbank benoemde twee deskundigen, prof. dr. J.L.N. Roodenburg en prof. dr. P.J. Slootweg, die elk een rapport uitbrachten. Omdat partijen geen bodemprocedure zijn gestart, moest de rechtbank op grond van artikel 205 lid 2 Rv Pro bepalen hoe de kosten van de deskundigen worden verdeeld.
Verzoekster stelde dat verweerders de kosten van beide deskundigen moeten dragen, onder meer omdat zij om de benoeming van Roodenburg hadden gevraagd en de commissie de toepassing van de GOMA onnodig had belemmerd. Verweerders en de commissie betwistten dit en stelden dat verzoekster als aanvrager van het deskundigenbericht de kosten moet dragen, mede omdat uit de rapporten bleek dat verweerders geen verwijt treft.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van deskundige Roodenburg voor rekening van verzoekster komen, omdat zij het handelen van de behandelaar wilde laten beoordelen door een vakgenoot. De kosten van deskundige Slootweg werden echter deels aan de commissie toegerekend vanwege onvoldoende motivering in haar verslaglegging, waardoor Slootweg geen oordeel kon geven over de zorgvuldigheid van het advies. De rechtbank veroordeelde verweerders sub 2 t/m 12 tot betaling van € 2.420,00 en verzoekster tot betaling van € 1.650,00.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de commissie tot betaling van € 2.420 en verzoekster tot betaling van € 1.650 aan de griffier voor de kosten van de deskundigen.