Eiser, werkzaam bij Stichting Amstelwijs, werd geconfronteerd met een officiële waarschuwing, schorsing, loonkorting en uiteindelijk ontslag wegens plichtsverzuim en een onherstelbare vertrouwensbreuk. Eiser had ondanks een verbod van de werkgever zijn werkzaamheden als voorzitter van de medezeggenschapsraad hervat en een kritisch visiedocument verspreid.
De rechtbank oordeelde dat de waarschuwing een besluit in de zin van de Awb is en dat het plichtsverzuim toerekenbaar was. Het schorsingsbesluit werd gerechtvaardigd geacht omdat eiser de instructies van de werkgever negeerde en grievende uitlatingen deed. Het ontslag wegens plichtsverzuim werd als proportioneel beoordeeld.
Verder werd het beroep tegen de plaatsing van de functie in het risicodragend deel van de formatie niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang van eiser ontbrak. Ten aanzien van de loonkorting en uitkering op grond van het Besluit ziekte en arbeidsongeschiktheid (BZA) werd geoordeeld dat verweerder niet nalatig was in de re-integratie en dat het wettelijke voorschrift tot loonkorting na twaalf maanden ziekte dwingendrechtelijk is, zodat geen volledige doorbetaling verplicht was.
De rechtbank wees alle beroepen af, met uitzondering van het beroep tegen het uitkeringsbesluit waar een deel van de bezwaargronden gegrond werd verklaard, maar het beroep uiteindelijk ongegrond bleef. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam op 18 april 2014.