ECLI:NL:RBAMS:2014:3227
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking ligplaatsvergunning woonboot en handhaving zonder concreet zicht op legalisatie
Eiser had een ligplaatsvergunning voor een woonboot aan een bepaalde locatie in Amsterdam. Verweerder trok deze vergunning in en stelde een last onder bestuursdwang in om de woonboot te verwijderen. Na bezwaar en een nieuw besluit werd het eerdere besluit herroepen, maar vervolgens werd het bezwaar van een belanghebbende gegrond verklaard en het primaire besluit ingetrokken, waardoor de intrekking van de ligplaatsvergunning weer van kracht werd.
De rechtbank stelt vast dat de woonboot afwijkt van de vergunning die in 2007 was verleend, onder meer door afwijkingen in de ramen en de vorm van de boot. De boot kwalificeert als een woonark en niet als een woonvaartuig, waardoor legalisatie niet mogelijk is volgens de Bootrichtlijnen 2008. De welstandscommissie had negatief geadviseerd over de wijzigingen.
De rechtbank oordeelt dat handhavend optreden gerechtvaardigd is en niet in strijd met het vertrouwensbeginsel of het evenredigheidsbeginsel. Het belang van handhaving weegt zwaarder dan de financiële gevolgen voor eiser. Ook is geen sprake van schending van eigendomsrechten of het EVRM. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de ligplaatsvergunning wordt ongegrond verklaard.