Uitspraak
-RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
,
1.Procesgang
2.Inhoud van het bezwaarschrift
3.Feiten
4.Standpunt van de officier van justitie
5.Beoordeling door de rechtbank
6.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Amsterdam
Klager is op basis van een Europees Arrestatiebevel uit Finland aangehouden en verblijft sindsdien in overleveringsdetentie. De officier van justitie heeft beperkingen opgelegd aan klager, waaronder het verbod op bezoek, telefonisch contact en communicatie met medegedetineerden, behoudens contact met zijn raadsman en politie.
Klager maakte bezwaar tegen deze beperkingen, stellende dat er geen wettelijke basis voor is en dat de beperkingen zijn verdediging belemmeren. De rechtbank oordeelt echter dat de officier van justitie bevoegd is deze beperkingen op te leggen op grond van artikel 62 Sv Pro in samenhang met artikelen 552h en 552k Sv en artikel 61 OLW Pro.
De rechtbank stelt dat het opleggen van beperkingen in het belang van het buitenlandse strafrechtelijk onderzoek valt onder de ruime uitleg van rechtshulpverzoeken. Het Finse verzoek tot beperkingen is niet onredelijk en noodzakelijk om het onderzoek te waarborgen, gezien het risico op vlucht en het frustreren van het onderzoek.
De rechtbank concludeert dat de belangen van klager zijn verdediging niet onevenredig worden beperkt, omdat contact met zijn raadsman is toegestaan. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard en de beperkingen blijven van kracht.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de opgelegde beperkingen tijdens overleveringsdetentie wordt ongegrond verklaard.