Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 15 maart 2013 inhoudende de vordering van Baker&Bond, met producties,
- de conclusie van antwoord van PWC c.s., met producties.
Rechtbank Amsterdam
Baker&Bond, een werving- en selectiebureau, introduceerde uit eigen beweging een kandidaat bij PWC, die het aanbod aanvankelijk afwees. De kandidaat solliciteerde later zelfstandig met succes bij PWCA, een dochter van PWC. Baker&Bond vorderde vergoeding voor de plaatsing van de kandidaat, stellende dat er een doorlopende of eenmalige overeenkomst bestond of dat PWC en PWCA moesten worden vereenzelvigd wegens misbruik van identiteitsverschil.
De rechtbank stelde vast dat geen doorlopende overeenkomst was aangetoond en dat het initiële aanbod door PWC werd afgewezen. De latere aanstelling van de kandidaat via een andere route was geen aanvaarding van het aanbod. Wel oordeelde de rechtbank dat indien Baker&Bond bewijs levert van een telefonisch overleg waarin PWC een vergoeding in overweging nam, er mogelijk toch een overeenkomst tot stand kan zijn gekomen.
De vordering tegen PWCA werd afgewezen wegens gebrek aan bewijs van misbruik van het identiteitsverschil. De zaak werd aangehouden voor bewijslevering over het telefoongesprek. De rechtbank bepaalde nadere procedurele stappen voor bewijslevering en stelde de zaak opnieuw op de rol.
Uitkomst: De vordering wordt aangehouden voor bewijslevering over een telefonisch overleg dat mogelijk tot een overeenkomst leidt.