ECLI:NL:RBAMS:2014:4050

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2014
Publicatiedatum
9 juli 2014
Zaaknummer
522881 / HA RK 12-300
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 205 lid 2 RvArt. 199 lid 3 RvArt. 6:96 BWArt. 6:98 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling kosten deskundigenrapport in zaak aansprakelijkheid ongeval 2003

In deze civiele procedure heeft de rechtbank Amsterdam op 3 juli 2014 een beschikking gegeven over de verdeling van de kosten van een deskundigenrapport. Het geschil betreft de aansprakelijkheid en schadevaststelling na een ongeval op 12 maart 2003 waarbij verzoeker letsel heeft opgelopen. Nationale Nederlanden (NN), als WAM-verzekeraar van de veroorzaker, heeft de aansprakelijkheid erkend, maar partijen verschillen van mening over de omvang van de schade.

De rechtbank benoemde een deskundige die een voorlopig rapport uitbracht waarin werd vastgesteld dat de beperkingen van verzoeker voor een kwart toe te schrijven zijn aan het ongeval. Omdat het loon van de deskundige door de griffier ten laste van de Rijkskas was gebracht, moest worden vastgesteld welk deel van de kosten door welke partij gedragen zou worden.

Verzoeker stelde dat NN de volledige kosten moet dragen, omdat de aansprakelijkheid erkend is en het deskundigenonderzoek gerechtvaardigd was. NN stelde primair voor de kosten te verdelen en subsidiair dat hooguit een kwart voor haar rekening komt. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6:96 BW Pro en 6:98 BW de kosten van het deskundigenrapport volledig voor rekening van NN komen, omdat het onderzoek noodzakelijk was om de omvang van de schade vast te stellen.

De rechtbank veroordeelde NN tot betaling van € 6.050,00 aan de griffier. De beschikking werd openbaar uitgesproken door mr. R.A. Dudok van Heel.

Uitkomst: Nationale Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van de volledige kosten van het deskundigenrapport van € 6.050,00.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/522881 / HA RK 12-300
Beschikking van 3 juli 2014 op grond van artikel 205 lid 2 Rv Pro
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
advocaat mr. A.C.R. Molenaar te Amstelveen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NATIONALE NEDERLANDEN SERVICES B.V.,
(voorheen Nationale Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.),
gevestigd te Rotterdam,
verweerster,
advocaat mr. F. van Kersbergen te Den Haag.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en NN worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de beschikking van deze rechtbank van 13 juni 2013, waarbij prof. dr. [deskundige] (hierna: de deskundige) tot deskundige is benoemd.
1.2.
De deskundige heeft een (voorlopig) deskundigenbericht uitgebracht.
1.3.
Bij brief van 13 mei 2014 heeft de griffier partijen verzocht de rechtbank mede te delen of tussen partijen inmiddels een geding aanhangig is, zodat de rechtbank indien nodig een beschikking kan geven als bedoeld in artikel 205 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Partijen hebben de rechtbank medegedeeld dat geen bodemprocedure aanhangig is.

2.De beoordeling

2.1.
Omdat het loon van de deskundige op grond van artikel 199 lid 3 Rv Pro door de griffier ten laste van ’s Rijks kas is gebracht, dient op grond van artikel 205 lid 2 Rv Pro te worden vastgesteld welk deel van het loon van de deskundige door elk van de partijen dient te worden gedragen. Het loon van de deskundige bedraagt € 6.050,00.
2.2.
In hun brieven van 23 mei 2014 ([verzoeker]) en 26 mei 2014 (NN) hebben partijen hun standpunten kenbaar gemaakt.
2.3.
Mr. Molenaar heeft zich namens [verzoeker] op het standpunt gesteld dat NN het loon van de deskundige dient te dragen. [verzoeker] voert daartoe, kort gezegd, aan dat NN de aansprakelijkheid voor de ongevalsgevolgen van [verzoeker] vanaf 12 maart 2003 al in 2003 heeft erkend. Uit het deskundigenrapport blijkt voorts dat [verzoeker] nog steeds beperkingen heeft ten gevolge van het ongeval in 2003. Op bladzijde 12 van het deskundigenrapport komt de deskundige tot de conclusie dat de beperkingen voor een kwart zijn toe te schrijven aan het ongeval in 2003. Het uitvoeren van het voorlopig deskundigenonderzoek is daarmee gerechtvaardigd, aldus steeds [verzoeker].
2.4.
Mr. Van Kersbergen heeft zich namens NN primair op het standpunt gesteld dat de kosten moeten worden verdeeld. Subsidiair geldt dat hooguit een kwart van de kosten voor rekening van NN kan worden gebracht omdat de deskundige heeft geoordeeld dat de beperkingen die [verzoeker] door zijn stoornis ervaart slechts voor een kwart zijn toe te schrijven aan de emotionele problemen met het verwerken van de gevolgen van het ongeval in 2003. Meer subsidiair refereert NN zich aan het oordeel van de rechtbank omtrent de verdeling van de kosten.
2.5.
Op grond van artikel 6:96 BW Pro is iemand die een onrechtmatige daad heeft gepleegd in beginsel aansprakelijk voor alle schade die de benadeelde als gevolg daarvan heeft geleden, daaronder begrepen de (redelijke) kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. In de onderhavige zaak heeft NN, als WAM-verzekeraar van de bestuurder die de aanrijding heeft veroorzaakt, de aansprakelijkheid voor de ongevalsgevolgen van [verzoeker] van het ongeval van 12 maart 2003 erkend. Partijen verschilden echter van mening over onder meer de omvang van de ongevalsschade. In dit verband heeft de rechtbank op verzoek van [verzoeker] een voorlopig deskundigenonderzoek bevolen. Aan de deskundige is onder meer de vraag voorgelegd in hoeverre de beperkingen (schade) van [verzoeker] zijn toe te rekenen aan het ongeval in 2003. De deskundige heeft vastgesteld dat de beperkingen van [verzoeker] deels zijn toe te rekenen aan het ongeval. Dit betekent zonder meer dat het deskundigenonderzoek gerechtvaardigd was en dat NN de kosten van het deskundigenrapport (op grond van artikel 6:98 in Pro samenhang gelezen met artikel 6:96 BW Pro) voor haar rekening dient te nemen.
2.6.
Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
veroordeelt NN tot betaling van € 6.050,00 te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van[naam], onder vermelding van "kosten deskundigen" en het zaak- en rekestnummer.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Dudok van Heel en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2014.