ECLI:NL:RBAMS:2014:4570
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Knol
- C.F. de Lemos Benvindo
- Sj.A. Rullmann
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte zware mishandeling wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een persoon door het schoppen tegen het scheenbeen, resulterend in een dwarse fractuur.
Tijdens de zittingen presenteerden zowel verdachte als de aangever verschillende versies van het incident. De aangever stelde dat verdachte hem onverwachts hard had geschopt, terwijl verdachte beweerde dat hij slechts reageerde op het gedrag van de aangever en dat het letsel op een andere wijze was ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen tegenstrijdig waren en dat de bewijsvoering onvoldoende overtuigend was om verdachte te veroordelen. De getuigenverklaring van de echtgenote van de aangever werd kritisch beoordeeld vanwege mogelijke beïnvloeding en gebrek aan directe waarneming.
Gezien de twijfel aan de betrouwbaarheid van het bewijs en het niet kunnen uitsluiten van alternatieve scenario's, sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor zware mishandeling.