Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2014 in de zaak tussen
[eiser] , te Oostzaan, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser verzocht de korpschef van de politie om verbetering of verwijdering van bepaalde politiegegevens, waaronder een melding van bedreiging uit 2007, gegevens over verdachte transacties en gegevens verwerkt door de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE). Verweerder wees het verzoek af, onder meer omdat de melding uit 2007 inmiddels was verwijderd na het verstrijken van de wettelijke bewaartermijn en omdat gegevens over verdachte transacties onder verantwoordelijkheid van de Financial Intelligence Unit (FIU)-Nederland vallen.
Eiser stelde dat de registratie van deze gegevens negatieve gevolgen voor hem had, waaronder het niet kunnen uitoefenen van zijn functie en het ontbreken van inzage om correctie te vragen. De rechtbank oordeelde dat het beroep zich richtte tegen de afwijzing van het verzoek tot verbetering of verwijdering, niet tegen het eerdere besluit over inzage, en dat het verzoek om inzage niet meer aan de orde kon komen.
De rechtbank vond dat de gegevens over de bedreigingsmelding uit 2007 terecht waren verwijderd en dat eiser zich tot de verkeerde partij had gericht voor de gegevens over verdachte transacties. Daarnaast was er geen reden om de gegevens te verwijderen die eiser als contact van een CIE-subject vermeldden, omdat deze gegevens niet feitelijk onjuist, onvolledig of niet ter zake dienend waren.
Gelet hierop hield de rechtbank het bestreden besluit in stand, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot verbetering en verwijdering van politiegegevens wordt ongegrond verklaard.