ECLI:NL:RBAMS:2014:5689
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- N.C.H. Blankevoort
- M.G. Tarlavski-Reurslag
- A.W.H. Vink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die belast was met de behandeling van zijn civiele zaak. Het verzoek werd ingediend op de dag van de mondelinge behandeling en bevatte algemene en vage beschuldigingen zoals impersonificatie, identiteitsfraude en vermeende partijdigheid.
De rechtbank oordeelde dat wraking slechts mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid of objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De aangevoerde gronden waren onvoldoende concreet en werden niet als zwaarwegende aanwijzingen beschouwd. Tevens moeten wrakingsgronden tegelijk en tijdig worden ingediend, wat hier niet het geval was.
Daarom verklaarde de rechtbank het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk en wees het af. Tevens werd vastgesteld dat het verzoek lichtvaardig en zonder grondslag was ingediend, waardoor sprake was van misbruik van recht. De rechtbank bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker tegen dezelfde rechter niet in behandeling zal worden genomen.
De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten en tegen deze beslissing staat geen voorziening open volgens artikel 39 lid 5 Rv Pro.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter werd niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen en misbruik van recht.