Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering
3.Grondslag van de vordering
- als tussenpersoon in zijn functie als adviseur en als buitendienstmedewerker van [assurantiekantoor 1] medegedeeld aan [persoon] dat hij, verdachte, een hypotheek voor die [persoon] kon regelen terwijl hij, verdachte, wist dat voornoemde [persoon] geen inkomsten uit arbeid ontving en/of een WAO- uitkering ontving en/of niet in aanmerking kwam voor een hypothecaire lening en/of bijbehorende levensverzekering bij de hypotheekverstrekker de Postbank, en/of
- ter ondersteuning van de hypotheekaanvraag en de bijbehorende levensverzekering ten name van voornoemde [persoon] een valse en/of vervalste werkgeversverklaring en salarisstrook met betrekking tot voornoemde [persoon] aan de Postbank doen toekomen terwijl hij, verdachte, wist dat voornoemde [persoon] geen inkomsten uit arbeid ontving en dat voornoemde [persoon] derhalve ook geen werkgever had en geen salarisstroken ontving
- ter ondersteuning van de hypotheekaanvraag en de bijbehorende levensverzekering ten name van voornoemde [persoon] twee contante gefingeerde salarisstortingen gedaan op rekeningnummer [rekeningnummer 1] ten name van voornoemde [persoon] en voornoemde [persoon] medegedeeld en verzocht genoemde stortingen vervolgens weer contant aan hem, verdachte, af te dragen en de op de rekeningafschriften vermelde stortingen van de uitkering aan voornoemde [persoon] verwijderd en vervolgens de rekeningafschriften behorende bij de contante gefingeerde salarisstortingen ten name van voornoemde [persoon] aan de Postbank doen toekomen, terwijl hij, verdachte, wist dat voornoemde [persoon] geen inkomsten uit arbeid ontving, en
- ter ondersteuning van de hypotheekaanvraag en de bijbehorende levensverzekering ten name van voornoemde [persoon] opdracht gegeven tot het opstellen van een taxatierapport en voornoemd taxatierapport aan de Postbank doen toekomen,