Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[gedaagde in de hoofdzaak],
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 augustus 2013, met producties,
- de incidentele conclusie houdende onbevoegdheid ex artikel 11 Rv Pro van [gedaagde in de hoofdzaak], met producties,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van CTC Agency Services, met producties,
- het proces-verbaal van pleidooi in het incident van 22 mei 2014 met de daarin genoemde processtukken,
- de akte houdende wijziging van eis ex 130 Rv,
- op 2 juli 2014 heeft de rolrechter aan [gedaagde in de hoofdzaak]akte niet dienen verleend omdat zij geen antwoordakte naar aanleiding van de wijziging van eis van Financial Access heeft ingediend.
2.De feiten voor zover van belang in het incident
3.Het geschil
in de hoofdzaak
4.De beoordeling in het incident
5.In de hoofdzaak
6.In de hoofdzaak en in het incident
7.De beslissing
5 november 2014voor uitlating bij akte door Financial Access zoals onder 5.2. weergegeven en houdt iedere verdere beslissing in die zaak aan,