Eiseres, woonachtig in Turkije, ontvangt een remigratieuitkering waarop beslag is gelegd door een derde partij. De Sociale Verzekeringsbank (verweerder) heeft het beslag uitgevoerd door maandelijks een bedrag in te houden, zonder onderzoek te doen naar een beslagvrije voet. Eiseres stelde dat verweerder had moeten onderzoeken of de beslagvrije voet terecht op nihil was gesteld en dat zij niet vooraf geïnformeerd was over het beslag.
De rechtbank oordeelde dat het primaire besluit van verweerder een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is, maar dat verweerder juridisch gehouden is volledige medewerking te verlenen aan het beslag zonder de geldigheid of omvang daarvan te beoordelen. Dit voorkomt dat verweerder het oordeel van de civiele beslagrechter naast zich neerlegt.
De rechtbank benadrukte dat alleen de civiele rechter bevoegd is om bezwaren tegen het beslag te beoordelen. Eiseres kan haar bezwaren over het beslag voorleggen aan de civiele rechter. De bestuursrechter toetst het beslag niet inhoudelijk om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen.
Ten aanzien van het niet informeren vooraf over het beslag oordeelde de rechtbank dat verweerder geen wettelijke verplichting had hiertoe en dat er geen sprake was van schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.