Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 2 augustus 2013, inhoudende de vordering van [eiser], met producties,
- de conclusie van antwoord van [gedaagde].
Rechtbank Amsterdam
Eiser exploiteert een elektra-installatiebedrijf en voerde in 2013 diverse werkzaamheden uit als onderaannemer voor gedaagde, een aannemingsbedrijf. Eiser stuurde meerdere facturen voor uitgevoerde projecten, waarvan gedaagde slechts gedeeltelijk betaalde en sommige facturen betwistte, met name over meerwerk, arbeidsuren en BTW.
De rechtbank overwoog dat gedaagde onvoldoende onderbouwde dat het werk niet was afgerond of dat er sprake was van een korting op materialen. Betwisting over meerwerk en extra uren werd deels gehonoreerd, omdat eiser niet tijdig de urenadministratie als bewijs aanleverde. De rechtbank oordeelde dat BTW terecht moest worden verlegd naar gedaagde volgens de omzetbelastingwetgeving.
Uiteindelijk werd gedaagde veroordeeld tot betaling van €9.908,30 aan openstaande facturen exclusief BTW, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum, en €870,42 aan buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werden proceskosten en nakosten aan eiser toegewezen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €9.908,30 met rente en incassokosten aan eiser.