Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[naam eiser 1],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 september 2013,
- het deskundigenbericht van 17 februari 2014,
- de conclusie na deskundigenbericht van [eisers],
- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van HDI c.s., met producties,
- de akte uitlating producties van De [eisers]
2.De verdere beoordeling
Samenvatting
6. Diagnose
7.3.2. Literatuurgegevens”
,dat een subkopje is van het kopje “
De ongevalsrelatie van een hernia”stelt de deskundige vast dat een traumatische lumbale HNP een zeldzaamheid is. Onder hetzelfde kopje beschrijft de deskundige drie criteria ontleend aan de Duitse literatuur voor het aannemen van een traumatische oorzaak van een aandoening in een specifieke casus, maar daarbij merkt de deskundige ook op dat een goede wetenschappelijke onderbouwing voor deze criteria ontbreekt. Desalniettemin past de deskundige vervolgens de drie criteria toe op de casus van [eiser 1] en bericht onder meer onder het kopje
"7.5.1. De hernia/het radiculair syndroom":
"7.5.2. De lagerugklachten"bericht de deskundige onder andere:
"8. Samenvatting"onder meer bericht:
chronischelagerugpijn. Zoals in paragraaf 7.5.2. besproken acht ik de kans niet zo groot, dat zonder ongeval lagerugklachten chronisch zouden zijn geworden. Het zou waarschijnlijk bij korte episodes zijn gebleven, zoals dat ook voor het ongeval het geval was."
Het begin van de radiculaire klachten
3.De beslissing
3 december 2014voor akte uitlating door partijen (eerst aan de zijde van De [eisers] daarna aan de zijde van HDI c.s.) over hetgeen hiervoor onder 2.12 is overwogen;