ECLI:NL:RBAMS:2014:709

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 januari 2014
Publicatiedatum
20 februari 2014
Zaaknummer
554147 / KG RK 13-2443
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wet Tarieven in StrafzakenArt. 8 lid 1 onder e Besluit Tarieven in Strafzaken
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen vergoeding getuige zelfstandige ondernemer in strafzaak gegrond verklaard

In deze zaak heeft een zelfstandig ondernemer bezwaar gemaakt tegen de door de griffier toegekende vergoeding van € 25,09 voor het afleggen van een getuigenverklaring in een strafzaak. De ondernemer stelde dat hij een uurtarief van € 32,50 hanteert en door het getuigenverhoor vier uur niet kon werken, waardoor hij inkomsten heeft gederfd. Tevens maakte hij kosten voor eigen vervoer die hoger waren dan de toegekende reiskostenvergoeding.

De griffier had de vergoeding berekend op basis van het standaardtarief van € 6,81 per uur en reiskosten op basis van openbaar vervoer. De voorzieningenrechter overwoog dat de Wet Tarieven in Strafzaken enerzijds het financieel nadeel van getuigen moet compenseren, maar anderzijds niet mag leiden tot een financieel voordeel. Omdat de wet geen specifieke regeling bevat voor zelfstandig ondernemers, moest in de geest van de wet worden beslist.

De rechtbank achtte aannemelijk dat de getuige als zelfstandig ondernemer inkomsten heeft gederfd en ging uit van een redelijke uurvergoeding van € 32,50. De door de getuige opgegeven vier uur tijdverzuim werd niet volledig erkend; drie uur werd aannemelijk geacht. De hogere reiskosten werden niet nader toegelicht en daarom werd de vergoeding op basis van openbaar vervoer gehandhaafd. De totale vergoeding werd vastgesteld op € 102,16.

De rechtbank kende de hogere vergoeding toe en verklaarde het bezwaarschrift gegrond.

Uitkomst: Het bezwaarschrift van de zelfstandig ondernemer tegen de vergoeding voor het afleggen van een getuigenverklaring is gegrond verklaard en de vergoeding verhoogd naar € 102,16.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rekestnummer: 554147 / KG RK 13-2443 MW/CB
Beschikking van 15 januari 2014
op het op 14 november 2013 ter griffie ingekomen bezwaarschrift ex artikel 8 van Pro de Wet Tarieven in Strafzaken (WTS)
van :
[de getuige],
wonende te [woonplaats].

1.Gronden van de beslissing

1.1.
De voorzieningenrechter te Amsterdam heeft kennis genomen van het aangehechte bezwaarschrift.
1.2.
Op 7 november 2013 is aan [de getuige], verder te noemen [de getuige], een vergoeding toegekend van € 25,09 in verband met het afleggen van een getuigenverklaring in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen
[de verdachte] (parketnummer 13/650640-11). [de getuige] heeft geweigerd de toekenning vergoeding in ontvangst te nemen.
1.3.
De belanghebbende kan binnen 14 dagen na de toekenning van de vergoeding een bezwaarschrift indienen tegen de hoogte van de vergoeding.
1.4.
Bij brief van 7 november 2013, waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht, heeft [de getuige] tijdig bezwaar ingediend tegen de hoogte van de vergoeding.
1.5.
[de getuige] maakt bezwaar tegen de hoogte van de toegekende vergoeding. Hij stelt daartoe - samengevat - dat hij als zelfstandig ondernemer (zzp’er) een uurtarief van € 32,50 hanteert en dat hij door het afleggen van de getuigenverklaring 4 uur niet heeft kunnen werken. Ook is hij met eigen vervoer gekomen in plaats van met het openbaar vervoer. De kosten (benzine en parkeren) zijn al meer dan de toegekende vergoeding
1.6.
De griffier van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken, in de persoon van [X], heeft op 13 december 2013 gereageerd op het bezwaar. Zij voert - samengevat - aan dat op grond van artikel 8 Wet Pro Tarieven in Strafzaken de vergoeding € 6,81 per uur bedraagt, welke vergoeding ook is toegekend. De 3 uur tijdverzuim zijn gebaseerd op de duur van het verhoor (ongeveer 1 uur) en de reistijd (2 x 45 minuten). De reiskosten zijn berekend op basis van openbaar vervoer.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van de Wet Tarieven in Strafzaken kan aan getuigen een vergoeding voor tijdverzuim, of met tijdverzuim verband houdende noodzakelijke kosten worden gegeven, waaronder tevens valt te verstaan een vergoeding ter goedmaking van gederfde inkomsten die getuigen uit anderen hoofde zouden hebben genoten.
2.2.
Uit het systeem van de Wet Tarieven in Strafzaken volgt dat enerzijds het financieel nadeel dat betrokkenen in verband met hun verschijnen voor de rechter lijden, zoveel mogelijk weg wordt genomen, maar anderzijds dat niet zodanige hoge vergoedingen worden toegekend dat betrokkenen een financieel voordeel kunnen genieten.
2.3.
Hoewel op grond van artikel 8 lid 1 onder Pro e van het Besluit Tarieven in Strafzaken de vergoeding is vastgesteld op € 6,81 per uur, heeft de wet niets bepaald omtrent vergoedingen voor zelfstandig ondernemers. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, leidt dit er echter toe dat in de geest van de wet moet worden beslist.
2.4.
Aannemelijk is geworden dat [de getuige] als zelfstandig ondernemer inkomsten heeft gederfd, omdat hij zijn beroep niet heeft kunnen uitoefenen. De voorzieningenrechter zal dan ook uitgaan van een uurvergoeding van
€ 32,50. [de getuige] heeft de door hem gestelde tijdverzuim van 4 uur echter niet nader toegelicht. Een tijdverzuim van 3 uur zoals door de griffier is berekend komt aannemelijker voor. Een bedrag van € 97,50 aan tijdverzuim komt dan ook in redelijkheid voor vergoeding in aanmerking.
Voor de berekening van de reiskostenvergoeding is de griffier uitgegaan van de gegevens van het openbaar vervoer. [de getuige] heeft ter zake de door hem gemaakte benzine- en parkeerkosten slechts volstaan met de mededeling dat de kosten hiervan meer zijn dan de hiervoor toegekende vergoeding. Zonder enige toelichting omtrent de noodzaak en de hoogte van zijn gemaakte (hogere) kosten, zal de voorzieningenrechter uitgaan van de reiskostenvergoeding zoals deze door de griffier is berekend.
2.5.
De vergoeding zal dan ook als volgt aan [de getuige] worden toegewezen.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
kent aan [de getuige] de onderstaande vergoeding toe:
reiskosten € 4,66
tijdverzuim
€ 97,50(exclusief BTW)
totaal € 102,16
Deze beschikking is gegeven door mr. M. van Walraven, voorzieningenrechter, op
15 januari 2014. [1]

Voetnoten

1.type: CB