Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- namens Iprem de heer [directeur] en de heer [juridisch adviseur], bijgestaan door mr. Keijser;
- namens Flexabram de heer [gemachtigde] als gemachtigde, bijgestaan door mr. Van Weeren.
Rechtbank Amsterdam
Iprem heeft op 7 maart 2007 een bedrijfsverzamelgebouw verkocht aan Flexabram, waarbij onder meer een huurgarantie en vrijwaring voor aanspraken van een huurder, Anker, zijn opgenomen. Na verkoop van het pand door Flexabram aan Henderson ontstond een geschil over de duur en reikwijdte van deze garanties. Het gerechtshof Amsterdam bepaalde dat de huurgarantie eindigde bij overdracht aan Henderson, maar liet de vrijwaring voor aanspraken van Anker onbeslist.
Flexabram legde conservatoir beslag op Iprem wegens een vordering uit hoofde van vrijwaring, die Iprem betwist en summierlijk ondeugdelijk acht. Iprem vordert opheffing van het beslag of beperking daarvan, en teruggaaf van een eerder gestelde bankgarantie.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beslag niet summierlijk ondeugdelijk is omdat het hoger beroep over de vrijwaring nog loopt en de vrijwaring niet tijdsbeperkt is. De huurgarantie en vrijwaring worden juridisch verschillend beoordeeld. Het beslag wordt gedeeltelijk opgeheven onder voorwaarde van het stellen van een bankgarantie door Iprem. De teruggaaf van de bankgarantie wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven onder voorwaarde van het stellen van een bankgarantie door Iprem; overige vorderingen worden afgewezen.