Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser 1],
[eiser 2],
1.De procedure
- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 17 juli 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 5 december 2013, en de daarin vermelde stukken,
- de brief van mr. Blanken van 12 december 2013.
2.De feiten
- De toestand van de kruipruimte boven het plafond is voorlopig onbekend, maar heeft er wel voor gezorgd dat er naast het loslaten van de verflaag van de beschilderde doeken, op diverse plekken langs de vergulde lijsten, donkerbruine leksporen zijn van onder andere roestende spijkers.
- Kennelijk heeft er jarenlang een lekkage plaats gevonden die alleen optrad bij gebruik van een bovenliggende badkamer, het doorsijpelende vocht maakt steeds meer hout nat totdat het vocht afgeeft aan de onderzijde.
- De olieverf op het doek heeft jaren het vocht tegengehouden, maar door het krimpen van het vochtig geworden linnen is de verf gaan craqueleren. Na verloop van tijd zouden de spijkers doorroesten en de lijsten kunnen vallen..
- Als ik de beschrijving van de werkzaamheden (ontvangen van [architect]) doorneem kan ik niet anders constateren dan dat, dat is wat er gedaan moet worden. (…)”
3.Het geschil
4.De beoordeling
Al met al is de rechtbank dan ook van oordeel dat tegenover de gemotiveerde betwisting door [bedrijf] onvoldoende aannemelijk is geworden dat het uit de doucheruimte gelekte water zich over het gehele plafond heeft verspreid en aldus de oorzaak is geweest van de beschadiging van het plafond.