Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift met producties,
- het verweerschrift met producties,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 16 oktober 2014 en de daarin genoemde stukken.
Rechtbank Amsterdam
Op 17 januari 1999 vond een verkeersongeval plaats waarbij een fietser werd aangereden door een politieauto in Amsterdam. De fietser verkeerde onder invloed van alcohol met een bloedalcoholgehalte van 0,92 mg/ml. De verzekeraar van de politieauto erkende aansprakelijkheid, maar stelde dat de fietser voor 50% eigen schuld had vanwege het alcoholgebruik.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de eigenaar van een motorvoertuig ten minste 50% van de schade van een fietser moet vergoeden, tenzij sprake is van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid. Door het alcoholgebruik van de fietser is de omkeringsregel van toepassing en rust de bewijslast voor het ontstaan van het ongeval zonder het alcoholgebruik op de fietser.
De fietser stelde dat de snelheid van de politieauto de oorzaak was, maar kon dit niet onderbouwen. De rechtbank vond dat het ongeval mede door het alcoholgebruik van de fietser is veroorzaakt en wees de vergoeding toe voor 50%. Tevens werd de verzekeraar veroordeeld tot de helft van de proceskosten van het deelgeschil.
Uitkomst: Verzekeraar is gehouden 50% van de schade van de fietser te vergoeden en de helft van de proceskosten te betalen.