Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
opzettelijkin strijd met de waarheid heeft verklaard slechts omdat de verklaring van verdachte afwijkt van de getuigenverklaringen. Het Openbaar Ministerie had technisch, althans objectief bewijs moeten aanleveren, op basis waarvan had kunnen komen vast te staan dat verdachte heeft gelogen. Er heeft in deze zaak geen objectief onderzoek kunnen plaatsvinden omdat de getuigen zich pas een jaar na dato hebben gemeld. Dat is kwalijk omdat de kans groot is dat de herinnering in de tussenliggende periode bewust of onbewust besmet is geraakt. Voorts waren in deze zaak camerabeelden voorhanden van het incident die een grote rol zouden kunnen hebben gespeeld bij de waarheidsvinding, maar aangever [aangever A] heeft zelf bepaald dat deze beelden niet relevant waren en heeft de beelden niet bewaard. Daar komt nog eens bij dat [aangever A] heeft verklaard dat hij niet heeft gezien dat [broer van verdachte] hem heeft mishandeld, maar dat hij dat heeft geconcludeerd. Het enige dat hij zich kan herinneren is dat het een lange Marokkaanse man betrof en verdachte voldoet ook aan dit signalement.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
8.Motivering van de straffen
first offenderte beschouwen. Gelet daarop, de LOVS oriëntatiepunten terzake openlijk geweld, de jeugdige leeftijd van verdachte en op grond van het feit dat sinds de openlijke geweldpleging in de [nachtclub A] twee jaar zijn verstreken, acht de rechtbank een werkstraf voor dat feit passend. Terzake de veroordeling wegens meineed kan naar het oordeel van de rechtbank onder de gegeven omstandigheden worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte op dit moment naar de gevangenis sturen, waardoor ook nog eens zijn vaste baan op het spel zou komen te staan, acht de rechtbank niet passend. Eén en ander is aanleiding om van de eis van de officier van justitie af te wijken.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
3 (drie) maanden.
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen.
1. Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2012178492 van 20 juli 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-114 en T-389 (doorgenummerde pag. 1-4).
3. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2012178492 van 17 augustus 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-163 en T-114 (doorgenummerde pag. 32-35).
5. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2012178492 van 17 augustus 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-163 en T-114 (doorgenummerde pag. 28-30).
7. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2012178492 van 15 november 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren T-164 en T-354 (doorgenummerde pag. 195-196).
13/656502-12, in de wettelijke vorm opgemaakt door [verbalisant 3] (doorgenummerde pag. 1-4).