Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
[minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] .
3.De verzoeken en verweren
primair: dat de kinderen een weekeind per twee weken bij de vrouw zullen zijn van vrijdag uit school tot maandag naar school en de helft van de vakanties en voor het overige bij de man;
subsidiair: dat de kinderen een weekeind per twee weken bij de vrouw zullen zijn van vrijdag uitschool tot maandag naar school en daarbij elke donderdag na school tot vrijdag na school en de helft van de vakanties en voor het overige bij de man;
meer subsidiair: dat de kinderen in de ene week bij de vrouw zullen zijn van donderdag uit school tot maandag naar school en in de andere week van donderdag uit school tot zaterdag 18.00 uur en de helft van de vakanties en voor het overige bij de man;
meest subsidiair: dat de kinderen in de ene week bij de man zullen zijn van zaterdag 18.00 uur tot donderdag naar school en in de andere week van woensdag uit school tot vrijdag naar school en de helft van de vakanties en voor het overige bij de vrouw;
4. De beoordeling
- Welke hoofdverblijfplaats past voorlopig het beste bij de pedagogische-, affectieve- en ontwikkelingsbehoeften van de minderjarige [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
- Welke verdeling van de dagelijkse zorg past voorlopig het beste bij de pedagogische-, affectieve- en ontwikkelingsbehoeften van de voornoemde minderjarigen?
- Hoe dient de zorgregeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
- Zijn er contra-indicaties voor een zorgregeling en zo ja, welke? In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen: hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?
- Waarmee dient rekening gehouden te worden ten aanzien van de schoolkeuze voor de kinderen?
- Zijn er andere feiten en omstandigheden die de rechtbank bij haar oordeel moet betrekken?
pro forma zittingvan
25 april 2016.
uiterlijk tien dagen vóór deze behandelingte informeren omtrent de stand van zaken van het raadsonderzoek en de gewenste voortgang van deze procedure.
- de gezamenlijke woning aan de [adres] en de aan voornoemde woning verbonden hypothecaire lening van € 168.000,-- bij Obvion met nr. [nummer] ;
- de aan de hypotheek gekoppelde polis bij Reaal met nr. [nummer] ;
- de aandelen die de man houdt in de besloten vennootschap Dis BV;
- de rekening courantschuld van de man aan zijn vennootschap Dis BV;
- rekening bij de ABN Amro met nummer [nummer] ;
- een schuld inzake het doorlopend krediet ABN AMRO met nummer [nummer] ;
- de spaarrekening met rekeningnummer eindigend op - [nummer] ;
- de rekening bij Binck Bank;
- de inboedel en de persoonlijke eigendommen van partijen.
5.De beslissing
4.2. De hoofdverblijfplaats, de zorgregeling en vervangende toestemming schoolkeuze” geformuleerde vragen;
pro forma wordt voortgezet op 25 april 2016, in afwachting van het raadsrapport en verzoekt de Raad en partijen de rechtbank
uiterlijk tien dagen vóór deze behandelingte informeren omtrent de stand van zaken van het raadsonderzoek en de gewenste voortgang van deze procedure;
pro forma wordt voortgezet op 25 april 2016, in afwachting van het raadsonderzoek;