ECLI:NL:RBAMS:2015:2037
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening intrekking rijvaardigheidsverklaring wegens vermoedelijke fraude examen
Verzoeker heeft op 1 november 2013 het praktijkexamen rijvaardigheid afgelegd en kreeg een verklaring van rijvaardigheid. Deze verklaring is op 6 februari 2015 ingetrokken door verweerder, de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, op basis van een bestuurlijke rapportage die voortkomt uit een politieonderzoek.
Uit het politieonderzoek blijkt dat een examinator heeft bekend geld te hebben aangenomen om kandidaten te laten slagen, waaronder kandidaten van de rijschool van verzoeker. Op de dag van het examen was er WhatsApp-contact tussen de rijschoolhouder en de examinator, wat niet is toegestaan. Hoewel er geen direct bewijs is dat verzoeker zelf heeft betaald om te slagen, bestaat er een sterk vermoeden dat hij onterecht is geslaagd.
Verzoeker voert aan dat hij geen geld heeft gegeven om te slagen en dat hij het rijbewijs nodig heeft voor zijn zelfstandige onderneming. De voorzieningenrechter oordeelt dat het belang van de verkeersveiligheid zwaarder weegt dan het belang van verzoeker, mede omdat verzoeker op korte termijn opnieuw examen kan doen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen grond voor proceskostenveroordeling of vergoeding van griffierecht. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.C. Loman op 10 april 2015.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de rijvaardigheidsverklaring wordt afgewezen.