ECLI:NL:RBAMS:2015:2510

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 april 2015
Publicatiedatum
1 mei 2015
Zaaknummer
AMS 13-5090
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet openbaarheid van bestuur
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens onduidelijkheid over belanghebbende bij Wob-verzoek

Eiseres, een besloten vennootschap, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de korpschef van politie inzake een Wob-verzoek. Verweerder stelde dat eiseres niet ontvankelijk is omdat zij reeds ontbonden zou zijn. Eiseres voerde aan dat het om twee verschillende vennootschappen met dezelfde naam gaat, waarvan de ontbonden vennootschap een oudere is.

De rechtbank onderzocht de overgelegde uittreksels uit het Handelsregister en constateerde dat beide vennootschappen dezelfde statutaire naam en oprichtingsdatum hebben, maar verschillende KvK-nummers. De gemachtigde van eiseres kon niet duidelijk maken namens welke rechtspersoon het Wob-verzoek was gedaan, waardoor niet kon worden vastgesteld of eiseres belanghebbende is.

Eiseres stelde dat de vennootschap in liquidatie haar activa en passiva had overgedragen, maar de rechtbank oordeelde dat zonder duidelijke afronding van de vereffening en verdeling niet kon worden vastgesteld of de aanspraken op rechtsbescherming waren overgegaan. Hierdoor kon de rechtbank niet vaststellen dat eiseres belanghebbende is en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat niet kan worden vastgesteld of eiseres belanghebbende is.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 13/5090

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 april 2015 in de zaak tussen

de besloten vennootschap [naam], te Amsterdam, eiseres

(gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt)
en

de korpschef van politie, verweerder

(gemachtigde: mr. W. Fairweather).

Procesverloop

Bij besluit van 26 oktober 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder beslist op een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).
Bij besluit van 10 juli 2013 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2015. Elk van partijen heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verweerder heeft in beroep meest verstrekkend de niet-ontvankelijkheid van het beroep van eiseres bepleit. Daartoe heeft verweerder onder verwijzing naar een overgelegd uittreksel uit het Handelsregister gesteld dat eiseres reeds op 31 december 2012 is ontbonden.
2. Eiseres heeft gesteld dat sprake is van twee verschillende vennootschappen en dat de ontbonden vennootschap een andere, oudere vennootschap is die dezelfde naam droeg als eiseres. De onderneming van eiseres is niet in liquidatie. Ter onderbouwing heeft eiseres een uittreksel uit het Handelsregister overgelegd.
3. De rechtbank stelt vast dat de twee uittreksels dezelfde statutaire naam ([naam]), dezelfde oprichtingsdatum (8 januari 1999) en dezelfde eerste inschrijvingsdatum in het Handelsregister (16 januari 1999) bevatten. Op het uittreksel van [naam] in liquidatie is KvK-nummer [volgnummer] vermeld, terwijl op het uittreksel van de andere vennootschap KvK-nummer [volgnummer I] is vermeld.
4. Naar het oordeel van de rechtbank kan - ook indien ervan uit wordt uitgegaan dat sprake is van twee afzonderlijke rechtspersonen met een gelijkluidende statutaire naam - niet worden vastgesteld of eiseres als belanghebbende in deze procedure is aan te merken. Daartoe is van belang dat de gemachtigde van eiseres ter zitting desgevraagd geen opheldering heeft kunnen verschaffen over de vraag namens welke rechtspersoon op 23 augustus 2012 het Wob-verzoek is gedaan. Deze onduidelijkheid komt voor rekening en risico van eiseres. Zodoende kan niet worden vastgesteld of het Wob-verzoek door eiseres is gedaan.
5. Eiseres heeft ter zitting gesteld dat in het midden kan blijven welke rechtspersoon destijds het Wob-verzoek heeft ingediend, omdat de vennootschap in liquidatie al haar activa en passiva heeft overgedragen aan de vennootschap van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank kan eiseres hierin niet worden gevolgd. Onder omstandigheden staat de bestuursrechtelijke rechtsgang open voor een rechtsopvolger onder bijzondere titel, die treedt in het belang van de geadresseerde. Voor het op grond van rechtsopvolging onder bijzondere titel kunnen overnemen van door een rechtsvoorganger opgebouwde aanspraken op rechtsbescherming kan aanleiding zijn in die gevallen waarin zonder deze overname de rechtsbescherming als gevolg van de rechtsopvolging verloren zou gaan. Nog daargelaten de vraag of met de gestelde activa-passiva-transactie ook de aanspraken die verband houden met het Wob-verzoek geacht moeten worden te zijn overgegaan, heeft eiseres desgevraagd niet duidelijk kunnen maken of de vereffening en verdeling van de BV in liquidatie is afgerond. Zolang de vereffening en verdeling niet zijn voltooid, blijft de BV in liquidatie immers voortbestaan. Dit betekent dat evenmin is vast te stellen of voldaan is aan het vereiste dat de rechtsbescherming zonder de overname van de aanspraken op rechtsbescherming verloren zou gaan.
6. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet kan vaststellen dat eiseres belanghebbende in deze procedure is. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.T. Kruis, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Pol, griffier
.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 april 2015.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.