Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Vonnis van de kantonrechter
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 20 mei 2014, met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de akte uitlating eisvermeerdering.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres ontving een WW-uitkering van UWV waarop beslag werd gelegd door de ontvanger van de Belastingdienst en een gemeenteambtenaar vanwege openstaande belastingschulden. De beslagvrije voet werd door deze instanties vastgesteld op verschillende bedragen, waarbij UWV de maandelijkse voet omgerekende naar vierwekelijkse termijnen en betalingen aan de ontvanger deed. Eiseres stelde dat UWV onrechtmatig handelde door een te lage beslagvrije voet toe te passen en vorderde schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat UWV een lijdelijke rol heeft en verplicht is te voldoen aan de vorderingen van de ontvanger zonder de beslagvrije voet zelfstandig te toetsen. De verantwoordelijkheid voor de juiste vaststelling van de beslagvrije voet ligt bij de ontvanger en de gemeenteambtenaar. UWV heeft de beslagvrije voet weliswaar herberekend, maar dit leidt niet tot onrechtmatig handelen jegens eiseres.
De vordering tot schadevergoeding is daarom ten onrechte gericht aan UWV en wordt afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat de uitkeringsinstantie slechts moet voldoen aan de vorderingen en dat geschillen over de beslagvrije voet moeten worden uitgevochten met de ontvanger via de daarvoor bestemde procedures.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding tegen UWV wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.