Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 maart 2015 in de zaak tussen
[naam], te Amsterdam, eiseres
de korpschef van de politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiseres, een politieambtenaar, werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor haar functie, omdat zij een relatie en gezamenlijke huishouding voerde met een partner die verdacht werd in een strafzaak. Daarnaast legde zij in het strafrechtelijk onderzoek tegenstrijdige en onjuiste verklaringen af.
Verweerder verleende haar buitengewoon verlof en stelde haar buiten functie na ontvangst van ambtsberichten over plichtsverzuim. Na een feitenonderzoek en een adviesrapport werd het ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel g, van het Barp uitgesproken. Eiseres betwistte het ontslag en stelde onder meer dat de strafzaak tegen haar partner was geseponeerd en dat zij niet verantwoordelijk was voor diens gedragingen. Ook voerde zij aan dat haar verklaringen niet tegenstrijdig waren.
De rechtbank oordeelde dat de seponering van de strafzaak niet uitsluit dat sprake was van verdacht handelen en dat het aanhouden van de relatie onverenigbaar is met het ambt van politieambtenaar. Tevens concludeerde de rechtbank dat de verklaringen van eiseres wel degelijk tegenstrijdigheden bevatten die niet zijn weggenomen. De procedure werd als zorgvuldig beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een ontslagvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen haar ontslag wegens ongeschiktheid wordt ongegrond verklaard.