ECLI:NL:RBAMS:2015:4076

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
2 maart 2015
Publicatiedatum
30 juni 2015
Zaaknummer
FA RK 15.1484
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41a Wet BOPZArt. 41 lid 1 Wet BOPZArt. 38 lid 2 Wet BOPZArt. 38 lid 5 Wet BOPZArt. 39 Wet BOPZ
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klacht over diagnosestelling en behandeling in psychiatrisch ziekenhuis

Verzoeker diende een klacht in bij de klachtencommissie van GGZ InGeest over de diagnosestelling en behandeling tijdens zijn opname. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond omdat de instelling voldoende had gemotiveerd dat zij niet onzorgvuldig had gehandeld.

Verzoeker wendde zich vervolgens tot de rechtbank op grond van artikel 41a van de Wet BOPZ met het verzoek om de klacht gegrond te verklaren. De rechtbank onderzocht of de klacht onder de in artikel 41 lid 1 Wet Pro BOPZ genoemde onderwerpen valt waarover geklaagd kan worden, zoals wilsonbekwaamheid, dwangmedicatie, tijdelijke noodsituaties, vrijheidsbeperkingen en niet-toepassing van het behandelingsplan.

De rechtbank verzocht de raadsvrouwe van verzoeker om schriftelijk aan te geven onder welk onderwerp de klacht valt, maar ontving geen reactie. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende is onderbouwd dat de klacht binnen de wettelijke klachtenmogelijkheden valt en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.

De beschikking werd gegeven door rechter R.H.G. Odink op 23 maart 2015 in aanwezigheid van griffier H.J. Binken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing dat de klacht valt onder de wettelijke klachtenmogelijkheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
AFDELING PRIVAATRECHT
BESCHIKKING
Klacht ex artikel 41a Wet BOPZ
Beschikking naar aanleiding van het op 2 maart 2015 ingediende verzoekschrift ex artikel 41a van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) van:

[naam 1],

geboren op [datum],
wonende te [plaats], [straat].
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een beslissing van de rechtbank over een door verzoeker bij de klachtencommissie GGZ InGeest, Arkin, AMC Psychiatrie, Sinaï Centrum klacht, naar de rechtbank begrijpt op grond van artikel 41a van de Wet BOPZ.
De rechtbank overweegt als volgt:
Verzoeker heeft bij klaagschrift van 26 september 2014 bij de Klachtencommissie GGZ InGeest, Arkin, AMC Psychiatrie, Sinaï Centrum een klacht ingediend tegen de diagnosestelling en behandeling door GGZ InGeest tijdens zijn opname. Bij beslissing van 4 december 2014 heeft
de Klachtencommissie de klacht van verzoeker ongegrond verklaard omdat de instelling voldoende heeft gemotiveerd dat ze niet onzorgvuldig heeft gehandeld bij de diagnostisering en
behandeling van verzoeker.
De rechtbank overweegt dat lid 1 van artikel 41 van Pro de Wet BOPZ een opsomming geeft van degenen die kunnen klagen en de gedragingen waarover kan worden geklaagd. Er kan geklaagd worden over de volgende onderwerpen:
over de beslissing om de patiënt wilsonbekwaam te oordelen, zoals mogelijk is gemaakt in artikel 38, lid 2, tweede volzin;
over het besluit dwangmedicatie toe te passen, artikel 38, lid 5 derde volzin;
over de toepassing van middelen en maatregelen in geval van overbrugging van een tijdelijke noodsituatie, artikel 39;
over een toegepaste beperking van een van de in artikel 40 genoemde Pro vrijheden; en
over niet-toepassing van het overeengekomen behandelingsplan.
De raadsvrouwe van verzoekster, mr. N. Bevelander, is op 2 maart 2015 telefonisch verzocht om schriftelijk toe lichten onder welke van de hiervoor genoemde onderwerpen de klacht van verzoeker gecategoriseerd dient te worden. Hierop is geen reactie gekomen.
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd dat de klacht van verzoeker valt onder één van de onderwerpen waarover geklaagd kan worden. De rechtbank ziet daarom aanleiding het onderhavige klachtverzoek niet-ontvankelijk te verklaren.

BESLISSING:

De rechtbank:
verklaart de klacht van verzoeker niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.G. Odink, rechter, in tegenwoordigheid van
H.J. Binken, griffier, op 23 maart 2015.