ECLI:NL:RBAMS:2015:4076
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid klacht over diagnosestelling en behandeling in psychiatrisch ziekenhuis
Verzoeker diende een klacht in bij de klachtencommissie van GGZ InGeest over de diagnosestelling en behandeling tijdens zijn opname. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond omdat de instelling voldoende had gemotiveerd dat zij niet onzorgvuldig had gehandeld.
Verzoeker wendde zich vervolgens tot de rechtbank op grond van artikel 41a van de Wet BOPZ met het verzoek om de klacht gegrond te verklaren. De rechtbank onderzocht of de klacht onder de in artikel 41 lid 1 Wet Pro BOPZ genoemde onderwerpen valt waarover geklaagd kan worden, zoals wilsonbekwaamheid, dwangmedicatie, tijdelijke noodsituaties, vrijheidsbeperkingen en niet-toepassing van het behandelingsplan.
De rechtbank verzocht de raadsvrouwe van verzoeker om schriftelijk aan te geven onder welk onderwerp de klacht valt, maar ontving geen reactie. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende is onderbouwd dat de klacht binnen de wettelijke klachtenmogelijkheden valt en verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk.
De beschikking werd gegeven door rechter R.H.G. Odink op 23 maart 2015 in aanwezigheid van griffier H.J. Binken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens onvoldoende onderbouwing dat de klacht valt onder de wettelijke klachtenmogelijkheden.