Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De vordering
- ex artikel 29.1.b WED: de onderbewindstelling van de onderneming van verdachte, en ex artikel 10.1 WED de benoeming van een bewindvoerder die onder meer het concept beëindigt zodat de deelnemers en potentiële deelnemers niet meer kunnen inleggen;
- dat de verdachte zich zal onthouden van alle handelingen die betrekking hebben op het in of vanuit Nederland werven van nieuwe deelnemers en zich onthoudt van het voortzetten in Nederland van het piramidespel en
- ex artikelen 29.2jo 10.1 jo 8 sub c WED: het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.
- ex artikel 29.l.b WED: de onderbewindstelling van de onderneming en ex artikel 10.1 WED de benoeming van een bewindvoerder die onder meer het concept beëindigt zodat de deelnemers en potentiële deelnemers niet meer kunnen inleggen en
- ex de artikelen 29.2 jo 10.1 jo 8 sub c. WED: het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten (daaronder begrepen alle kosten die volgen uit de benoeming van de bewindvoerder).
- ex 29.1.d WED: dat de verdachte zich onthoudt van alle handelingen die betrekking hebben op het (in of vanuit Nederland) werven van nieuwe deelnemers en zich onthoudt van het voortzetten (in of vanuit Nederland) van het piramidespel en
- ex de artikelen 29.2 jo 10.1 jo 8 sub c WED, het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.
- ex 29.1.d WED: dat de verdachte zich onthoudt van alle handelingen die betrekking hebben op het (in of vanuit Nederland) werven van nieuwe deelnemers plus zich onthoudt van het voortzetten (in of vanuit Nederland) van het piramidespel en
- ex de artikelen 29.2 jo 10.1 jo 8 sub c WED.: het opleggen van de verplichting tot tenietdoening van hetgeen wederrechtelijk is verricht en/of verrichting van prestaties tot het goedmaken van een en ander, alles op eigen kosten.