Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
één of meer (onbekend gebleven) wapen(s) en/of munitie van categorie(ën) II en/of III, althans een hoeveelheid wapen(s) en/of patronen’ partieel nietig dient te worden verklaard, nu dit in het licht van het omvangrijke dossier onvoldoende is gespecificeerd en de dagvaarding in zoverre niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv). De dagvaarding zal dan ook in zoverre nietig worden verklaard.
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
de Spyshop aan de [adres] de onderwereld van allerlei verboden technische middelen voorziet’. Een artikel in het Parool van diezelfde datum citeert, naast een foto waarop de naam van de winkel van verdachte duidelijk te lezen is, onder meer de volgende opmerking van de officier van justitie die het onderzoek leidde: “
In deze winkel waren servicegerichtheid en persoonlijk advies aan criminelen erg belangrijk.” Op 20 februari 2014 werd een interview met de hoofdcommissaris van politie uitgezonden op AT5, waarin de hoofdcommissaris onder meer zegt over de Spyshop van verdachte: “
Er is heel veel aangetroffen. Ze hadden echt heel veel vuurwapens en andere illegale goederen” en: “
Deze Spyshop is de grens tussen legaal en niet-legaal al lang overschreden. Daarom zitten de mensen ook nog vast”. De hier geciteerde opmerkingen waren zeer eenvoudig herleidbaar tot de winkel van verdachte en dus – zeker voor zijn nabije omgeving – ook tot verdachte zelf, die in het artikel in het Parool bovendien als ‘[verdachte]’ wordt genoemd als de gearresteerde eigenaar van deze eenmanszaak. Het betreffen dan ook, zeker in onderlinge samenhang beschouwd, opmerkingen van publieke autoriteiten die zonder enige reserve blijk geven van de overtuiging dat verdachte schuldig is aan in ieder geval het bezit van vuurwapens en andere illegale goederen. Deze opmerkingen zijn geschikt geweest om het publiek de indruk te geven dat de verdachte reeds schuldig was bevonden, terwijl daarmee vooruit werd gelopen op de beoordeling door de rechter.
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
15 (vijftien) maanden.