Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- Het aantreffen van de containers met sojameel/cocaïne;
- Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) over de vaststelling dat het om cocaïne gaat en het gewicht daarvan;
- Het briefje aangetroffen in één van de containers met de nummers die corresponderen met de zakken waarin de cocaïne zat;
- De verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 1] dat de medeverdachte [medeverdachte 2] het papier had met de nummers van de zakken waarin de cocaïne zat;
- De aanwezigheid van twee Zuid-Amerikanen bij het lossen van de zakken. De ervaring leert dat er altijd iemand uit het land van herkomst bij is om de lading te controleren;
- Het sms-bericht van verdachte aan de medeverdachte [medeverdachte 2]:
- De aanwezigheid van de cocaïnewasserij op het terrein van verdachte;
- De wisselende verklaringen waarom de containers juist op het terrein van verdachte moesten worden afgeleverd;
- De vaststelling dat de containers qua ruimte goed bij de medeverdachte [medeverdachte 3] hadden kunnen worden afgeleverd;
- De medewerking van de medeverdachte [medeverdachte 3] die zijn bedrijfsactiviteiten kort voor ontvangst wijzigt van handel in schroot naar handel in bonenmeel;
- De vaststelling dat de medeverdachte [medeverdachte 3] op dat gebied geen activiteiten heeft ontplooid;
- De nietszeggende en op punten leugenachtige of in ieder geval onwaarschijnlijke verklaringen van de verdachten. Geen van vijven weet iets, maar ondertussen zijn in ieder geval vier van hen met hun handen in de cocaïne aangetroffen.
- Het aantreffen van de geheime ruimte op het terrein van verdachte waarin een cocaïnewasserij was ingericht. Uit de sporen in die ruimte blijkt dat de wasserij ook is gebruikt;
- Op het gehele terrein zijn sporen van cocaïne en vloeistoffen aangetroffen die worden gebruikt voor het wassen van cocaïne;
- De mailwisseling met [firma 1] waarin verdachte informeert naar de levering van honderd cans methylethylketon en bij [firma 2] naar ammoniak en zoutzuur;
- De verklaring van verdachte dat de medeverdachte [medeverdachte 2] een sleutel van het terrein had en daar ook veel kwam;
- De container met schroot uit Paraquay;
- De foto’s op de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 4] van een container met schroot en de verzegeling van die container;
- Het bezoek aan Paraquay door de medeverdachte [medeverdachte 2].
Flour of discards of bean for the production of Balanced’. De geadresseerde was volgens voornoemde Bill of Lading [medeverdachte 3], wonende op het adres [adres, te plaats 2].
discard bean flour, balanced for pigs en poultry.’De constatering dat in de containers uiteindelijk cocaïne is aangetroffen, maakt dit oordeel niet anders.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
3 (drie) maanden.
mr. J. Knol, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en R. Hirzalla, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Janse van Mantgem, griffier,