Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2015 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Verweerder diende op grond van artikel 7:10 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor 10 juli 2014 te beslissen op het bezwaar van 1 mei 2014 tegen het primaire besluit van 16 april 2014. Op 25 juni 2014 heeft de secretaris van de bezwaaradviescommissie een brief verstuurd, met het doel de termijn om op het bezwaar te beslissen te verlengen tot 20 augustus 2014. Uit de letterlijke tekst van de brief maakt de rechtbank op dat mededeling wordt gedaan van een beslissing tot verdaging namens het college van burgemeester en wethouders. Anders dan eiseres is de rechtbank dan ook van oordeel dat de beslistermijn rechtsgeldig is verdaagd tot 20 augustus 2014.
In deze paragraaf staat artikel 4:17 van Pro de Awb. In het eerste lid van dit artikel is bepaald dat indien een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen.
In het tweede lid is bepaald dat de dwangsom de eerste veertien dagen € 20,- per dag bedraagt, de daarop volgende veertien dagen € 30,- per dag en de overige dagen € 40,- per dag.
In het derde lid is bepaald dat de eerste dag waarover de dwangsom verschuldigd is, de dag is waarop twee weken zijn verstreken na de dag waarop de termijn voor het geven van de beschikking is verstreken en het bestuursorgaan van de aanvrager een schriftelijke ingebrekestelling heeft ontvangen.