Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[gedaagden 2],
1.De procedure
Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnota.
Ter zitting van 13 juli 2015 was [eiser] aanwezig met mr. Kaaks. Ter zitting van 15 juli 2015 was [eiser] aanwezig met mr. J.G.J. van Groenendaal (kantoorgenoot van mr. Kaaks).
Namens gedaagden waren op beide zittingen aanwezig [naam 1] , plaatsvervangend hoofdredacteur, mr. M.J. van Breda, bedrijfsjurist, [journalist 1] en [journalist 2] , journalisten, en [journalist 3] , chef verslaggeving, met mr. Van den Brink.
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 15 juli 2015 de beslissing in verkorte vorm gegeven. Het onderstaande vormt hiervan de uitwerking die op 29 juli 2015 aan partijen is afgegeven.
2.De feiten
Sinds begin van dit jaar graven Volkskrant journalisten [journalist 2] en [journalist 1] actief in het persoonlijke en professionele leven van cliënt.Ex-geliefden, oud leerlingen en collega’s werden – en worden nog steeds – benaderd met de vraag of zij eventuele negatieve ervaringen met de persoon [eiser] willen delen. Anonimiteit wordt hun daarbij toegezegd. De belangstelling van beide journalisten richt zich in het bijzonder op liefdesrelaties tussen cliënt en studenten. Leidraad voor dit journalistieke onderzoek is de hypothese dat het aan cliënt toegeschreven handelen conform de seksuele moraal van de jaren ’80, ook vandaag de dag, dertig jaar later, nog onderdeel zou zijn van de cultuur van de Theaterschool.(…)In hun queeste om gedateerde feiten en geruchten uit een oud sigarenkistje te verbinden aan een niet-bestaande actuele misstand, dreigen voornoemde journalisten de reputatie van mijn cliënt en de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten grote schade toe te brengen. De vrees van cliënt dat de voorgenomen publicatie smadelijk en afbrekend zal zijn, met gebruik van anonieme en rancuneuze bronnen, is bevestigd door het gesprek dat cliënt woensdag jl. met [journalist 2] en [journalist 1] heeft gevoerd.(…)Namens cliënt verzoek ik u daarom met klem om te waken over de zorgvuldigheid en waarheidsgetrouwheid van deze publicatie en daarbij eenzijdige, tendentieuze berichtgeving over cliënt te vermijden. (…)
We zijn ons bewust van de gevoeligheid van de publicatie en zullen daarom nog meer dan anders waken over zorgvuldigheid en waarheidsgetrouwheid. (…)
Een 21-jarige studente loopt over de gang van de Amsterdamse theaterschool. Een mooi, frêle meisje
Reactie [eiser] :
3.Het geschil
I. gedaagden hoofdelijk te verbieden het artikel dan wel de artikelen, zoals door gedaagden in het geding gebracht als producties 6, 7 en 8 te publiceren, meer in het bijzonder publicatie te verbieden van de volgende aantijgingen dan wel verdachtmakingen:
(i) dat [eiser] zich jarenlang schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend gedrag;
(ii) dat [eiser] zijn positie heeft misbruikt om relaties met studenten aan te gaan;
(iii) dat [eiser] verantwoordelijk is voor een onveilig klimaat binnen de Amsterdamse Theaterschool;
alsmede de volgende passage in het nieuwsbericht:
(iv) Op school is het ook de afgelopen jaren onrustig rond [eiser] . In 2012 stuurde een docente een brandbrief aan de vertrouwenscommissie naar aanleiding van recente geruchten over hem. Na overleg met de school dient de docente geen officiële klacht in omdat ze geen juridisch houdbare bewijzen heeft;
althans beweringen en beschuldigingen van soortgelijke strekking als onder (i) tot en met (iv) weergegeven;
II. een en ander op straffe van dwangsommen;
III. met hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding.
4.De beoordeling
voorgenomen,en dus
toekomstigepublicatie. De Volkskrant heeft naar aanleiding hiervan aangevoerd dat een dergelijk verbod op gespannen voet staat met artikel 7 Grondwet Pro (Gw). Het uitgangspunt van dit artikel – te weten dat een uiting alleen achteraf kan worden beoordeeld – is, aldus De Volkskrant, een van de fundamenten van een democratische rechtsstaat. De voorzieningenrechter is hierover van oordeel dat artikel 7 Gw Pro niet per definitie betekent dat een publicatie niet
van tevorenmag worden verboden. Als voldoende bekend is over de voorgenomen publicatie om de onrechtmatigheid hiervan te kunnen vaststellen, kan uit het oogpunt van effectieve rechtsbescherming een verbod vooraf worden uitgesproken. Dit kan echter – zoals ook volgt uit het Mosley-arrest van 10 mei 2011 van het EHRM (EHRC 2011/108) – slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden plaatsvinden. Dit plaatst De Volkskrant op een voorsprong in de onder 4.1 genoemde belangenafweging.
terechtzijn).
Het verhaal van de 21-jarige studente is tekenend voor wat zich hier jarenlang afspeelde.” De Volkskrant baseert deze conclusie kennelijk op gesprekken met vijftien oud-studenten, drie docenten en andere ingewijden in de cultuur van de Amsterdamse Theaterschool. Volgens het artikel spreken zij vaak anoniem, “uit angst voor represailles”. Ook hier geldt dat [eiser] anonieme verklaringen moeilijk kan weerspreken, waardoor zijn bezwaren tegen de door De Volkskrant getrokken conclusie begrijpelijk zijn. Dit neemt echter niet weg dat De Volkskrant voldoende aannemelijk heeft gemaakt een en ander gebaseerd te hebben op voldoende zorgvuldig uitgevoerd journalistiek onderzoek. Het trekken van die conclusie door De Volkskrant is daarmee voorshands niet ongeoorloofd. Van belang daarbij is dat in de betreffende passage duidelijk is opgenomen dat [eiser] bestrijdt dat een dergelijk incident heeft plaatsgevonden.
public figurekan worden aangemerkt en daarom minder mediabelangstelling hoeft te dulden. De voorzieningenrechter volgt [eiser] hierin voorshands niet. [eiser] is actief in de theaterwereld en artistiek leider van een opleiding die tal van bekende acteurs en cabaretier(e)s heeft voortgebracht. [eiser] staat in zijn positie aan het risico bloot dat hij wordt geassocieerd met recente gedragingen van anderen (in het bijzonder van [docent theaterschool] ), waardoor zijn eigen gedragingen uit een ver verleden worden “opgerakeld”. Weliswaar kan de berichtgeving in De Volkskrant hierdoor door [eiser] als tendentieus en suggestief worden ervaren, maar ook hier geldt dat De Volkskrant naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de grenzen van het toelaatbare niet heeft overschreden. Bij dit oordeel is van belang dat De Volkskrant [eiser] een reële mogelijkheid van wederhoor heeft geboden en bereid is geweest de publicatie naar aanleiding hiervan aan te passen (en enkele dagen uit te stellen). Ter terechtzitting van 15 juli 2015 is gebleken dat de aanpassingen die De Volkskrant heeft doorgevoerd met name tot gevolg hadden dat [eiser] en [docent theaterschool] minder “op een hoop werden gegooid” en dat meer benadrukt is dat de gedragingen van [eiser] in een (ver) verleden hebben plaatsgevonden en niet tot recent hebben voortgeduurd. Ook is van belang dat in het kader bij het hoofdartikel (zie 2.10) het weerwoord van [eiser] expliciet is weergegeven.
voorafgewettigd zou zijn. Dit leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.
816,00
5.De beslissing
€ 131,- aan salaris advocaat, te vermeerderen met € 68,- en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt,