ECLI:NL:RBAMS:2015:5256

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 augustus 2015
Publicatiedatum
17 augustus 2015
Zaaknummer
4354335 EA VERZ 15 - 845
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 BWArt. 7:671a BWArt. 7:671b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst wegens organisatorische wijzigingen

Nissan Motor Parts Center B.V. verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met haar manager, die sinds 1991 in dienst is, op grond van organisatorische wijzigingen die de arbeidsplaats van de manager overbodig maken. Nissan bood een beëindigingsvergoeding van €349.825 bruto aan.

De kantonrechter overwoog dat op grond van artikel 7:671b lid 1 BW de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kan worden op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro a BW zonder dat de toestemming als bedoeld in artikel 7:671a BW is geweigerd. Nissan had niet gesteld dat deze toestemming was geweigerd, noch was er sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Daarom kon het verzoek tot ontbinding niet worden toegewezen en werd het afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd door ieder partij haar eigen kosten te laten dragen.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van de vereiste toestemming.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht – team kanton
zaaknummer: 4354335 EA VERZ 15 - 845
beschikking van: 10 augustus 2015
func.: 245

Beschikking van de kantonrechter ex artikel 7: 671b BW

I n z a k e

De besloten vennootschap Nissan Motor Parts Center B.V.

gevestigd te Amsterdam
verzoekster, nader te noemen: Nissan
gemachtigde: mr. J.L. van Schouten
t e g e n

[verweerder]

wonende te [woonplaats]
verweerder, nader te noemen: verweerder
gemachtigde: mr. M.L. Boks

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Nissan heeft op 4 augustus 2015 een verzoek ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Partijen hebben in hun begeleidende brief allebei gesteld dat een mondelinge behandeling geen toevoeging zou geven aan de inhoud van de processtukken en dat direct beschikking kon worden gegeven.
Beschikking is vervolgens bepaald op heden.

BEOORDELING VAN HET VERZOEK

Verweerder, geboren op [geboortedatum] 1957, is sedert 1 januari 1991 in dienst van Nissan als manager. Het salaris bedraagt € 8.445,56 bruto per maand, exclusief vakantie-toeslag en overige emolumenten.
Nissan verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 november 2015 op grond van artikel 7: 671b BW. Nissan stelt - zo begrijpt de kantonrechter - dat daarvoor een redelijke grond aanwezig is, als bedoeld in artikel 7: 669 lid 3, onderdeel a BW, waarbij het van Nissan niet gevergd kan worden het dienstverband te laten voort duren. Nissan stelt daarbij bereid te zijn verweerder bij wijze van beëindigings-vergoeding het bedrag van € 349.825,- bruto toe te kennen en verzoekt de kantonrechter verweerder deze vergoeding toe te kennen.
Nissan heeft haar verzoek onderbouwd door er op te wijzen dat sprake is van:
- noodzakelijke organisatorische wijzigingen, waardoor arbeidsplaatsen zijn komen te vervallen waaronder die van verweerder.
De kantonrechter kan echter, gelet op artikel 7: 671b lid 1 BW, de arbeidsovereen-komst op verzoek van de werkgever niet ontbinden op de grond genoemd in artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro a BW. Omdat Nissan niet heeft gesteld en ook niet anderszins is gebleken dat de toestemming bedoeld in artikel 7:671a BW is geweigerd, terwijl er ook geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, die niet tussentijds kan worden opgezegd, kan het verzoek van Nissan niet worden toegewezen.
Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.
Er zijn termen om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

BESLISSING

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af;
- compenseert de proceskosten tussen partijen in dier voege dat ieder de eigen kosten draagt.
Aldus gegeven door mr. M.V. Ulrici, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op
10 augustus 2015 in aanwezigheid van de griffier.
De griffier
De kantonrechter